De nacht dat de uil komt

Uil in de nacht
Zwetend fiets ik over een zandpad. De zon schijnt en de stoffige kuilen zijn af en toe heel diep. Ik balanceer over profielen van tractorwielen. Aan het einde van het pad is een boerderij. Als ik even opzij kijk, valt mijn oog op iets wat niet lang geleden gebeurd is. Er liggen dikke takken van een boom in het gras. Een tamme kastanje is het. Toen ik hier vorig jaar langskwam, genoot ik nog met volle teugen van zijn schoonheid, de prachtige bolronde bloemenkruin, vol met zoemende bijen. Er rest nu nog maar een mager koppie. De boer komt net teruglopen en luistert naar me.
„ Ach, er komen straks ook wel weer bloemen in”, zegt de boer. „Alleen maar een beetje minder.”
„Toch jammer,” zeg ik.
De boer gaat verder met zijn kippen en ik stap weer op de fiets. Een beetje triest kijk ik naar het asfalt, dat onder mijn wielen doorschiet.

Even later kom ik ons terrein weer op, onder de notenbomen door, langs de kortgeknipte laurierkers en de schuur. Dan geef ik wat kracht bij om verder te kunnen fietsen over het grasveld. Daar is mijn wagen. Ik stap af en zet mijn fiets naast het bordes op de standaard. Op mijn gemak loop ik naar mijn tuin. Dit is toch een goeie plek, bedenk ik me, terwijl ik om me heen kijk. Er is meer begroeing dan elders. Maar er zijn weinig struiken onder de bomen en een kruidlaag ontbreekt. Daarom komen er steeds overal brandnetels op, die de ruimte willen vullen. Plekken, waar geen gazon is.
Bomen worden hier gesnoeid, net als elders. Niet alleen omdat men het netter vind en voor meer zon op het gras. Het is ook omdat de boer kachelhout nodig heeft. Ik zou graag laten zien hoe weinig hout ik nodig heb, voor mijn kleine tegelkachel. Wat zou het fijn zijn als meer mensen in kleinere huizen gingen wonen, met zuinige kachels. Dan komt er weer tijd vrij. Tijd om te genieten. En te kijken naar bomen zoals ze zijn, zonder er iets mee te moeten. Onder de ongeschonden kruin kun je een weelderige begroeiing zien, van bloeiende struiken en kruiden. Helaas, je ziet het hier bijna nergens. Als er bomen staan, dan staan ze vaak dicht op elkaar, want dan groeien ze snel, en kan je al gauw uitdunnen. Er is veel productiebos. Soms staat er wat hulst onder, of een heleboel laurierkers. En waar men niet is groeit braam en varen.
Ik loop verder over het grasveld. De drie schapen blaten naar me. In de verte zie ik nog net de toppen van een paar grote zomereiken. Die staan langs het zandpad, dat tussen de uitgestrekte boerenakkers loopt. Eén keer zag ik er een uil, bij schemering. Ik hoorde hem pal boven mijn hoofd en bespeurde zijn silhouet, helemaal boven in. Meestal hoor ik ze alleen van ver, in de herfst. Dan roepen ze naar elkaar. Maar dit keer was het zo dichtbij! Ik kreeg er kippenvel van. Ik glimlach bij de herinnering, en loop verder over het veld, tot ik de eiken langs het zandpad niet meer zie.

Hier op het terrein zijn geen uilen. Een uil zoekt oude volle boomkruinen op en die ontbreken. Kwam hij maar. Muizen genoeg hier. Ik zou het graag eens zien, een uil die een muis verschalkt. Ik kijk over het hek van mijn tuin. Ik vind muizen best grappig, maar ze hebben wel al mijn boontjes opgegeten. Ik zie een heleboel holletjes. Vorig jaar was er geen muis te bekennen, na die lange koude winter.
Hoelang duurt het voor we een uilenboom hebben? Zo’n prachtige oude boom? Een flinke kruin is eerder gesnoeid dan gegroeid. Een kettingzaag is  snel. Het doet me leed.

Ooit is ons land weer vol oude heilige bomen en dieren. Ik kan het voor me zien, in mijn fantasie. Ik zie het elke ochtend, als ik opsta. En al zal ik het zelf niet meer beleven, ik kan wel een beginnetje maken. En dat is al een hele uitdaging.

.

.

.

PS Later heb ik hier toch regelmatig een bosuil gehoord, vanwege de vele muizen dit jaar. Maar hij nestelt ergens anders.

Advertenties

3 thoughts on “De nacht dat de uil komt

  1. Fijn Alowieke, zo’n stukje, met iemand die hart heeft voor de wilde natuur, nog zo zeldzaam hier! Heb je ook een mailadres? Dan kan ik je wat dingen van mij sturen, waaronder mijn lente-aanbod! Groetje, Marjelle

  2. Alweer zo’n mooie overdenking. Weet je Alowieke, af en toe kijk ik even of je alweer wat geschreven hebt. En als dat zo is, dan ga ik er even goed voor zitten. Want in je verhalen mag ik even over je schouder meespieken, je wereld inkijken. En daar word ik blij van, en dan bedenk me dat ik me niet hoef mee te laten slepen in de hectiek van mijn eigen leven, en de wereld met een glimlach mag bezien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s