Een huis dat zweten kan

.

.

Steeds meer begin ik te beseffen dat een klein huis leeft. Het is als een tweede huid, die aandacht nodig heeft en waar je af en toe even in alle hoeken en gaten komt, om te poetsen, te boenen en te smeren, net als een ouderwetse scheepsmotor. Het kleine huis wil gekend worden! Dat is een reden dat ik heel blij ben dat ik mijn mobiele stulp zelf heb gebouwd. Ik ken het als mijn eigen lichaam.

Het is één uur in de nacht. De kachel is al uitgegaan. Ik lig in bed, het schapenwollen dekbed hoog opgetrokken om mijn schouders en mijn hoofd goed ingepakt in een sjaal. De wagen schudt heen en weer door harde wind en regen plenst op het dak. Ik zie het zo voor me. Het dak ziet er weer net zo hobbelig uit, als voor ik de buigtriplex ertussen legde. De platen zorgden ervoor dat het dak er netjes uit zag. Maar onder die schone schijn voltrok zich een kleine ramp. Wat ben ik blij dat ik het op tijd ontdekte…  De constructie zelf was nog helemaal onaangetast!

Ik wilde geen dag langer wachten. De schimmel die ik in de dakplaten had ontdekt moest meteen verwijderd worden. Niet met smerig chemisch spul, nee ik zou drastisch te werk gaan en alle platen vervangen. Het was heerlijk windstil vriesweer, perfect voor de klus. Ik genoot van de heldere winterzon en hoopte dat het nog een tijdje zou aanhouden. Na twee dagen peuteren hing het dakzeil weer los naar beneden, als een slappe huid die los aan  een ruggengraat hangt, over alle ribben heen. Ik heb het rondom vastgebonden met een touw. Het leek nogal overdreven, met dit windstille weer.

En nu lig ik in bed en luister naar de wind. Wat ben ik blij dat ik het dringende deel van de klus klaar heb, en dat ik het zeil  zo goed heb vastgeknoopt. Want o, wat waait het! Zit het echt wel vast genoeg? Ik maak me zorgen om dat ene hoekje, waar het zeil wat aan de korte kant is. Ik draai me onrustig om op mijn andere zij, maar ik sta niet op om te kijken. Ik zie het wel, morgen. Om twee uur gaat de wind liggen, en val ik in een diepe slaap.

.

Dakzeil dat los in de goot hangt

.

De volgende ochtend wordt ik uitgerust wakker. Door het venster van mijn voordeur zie ik regenwolken voorbij jagen en tegelijkertijd schijnt de zon. Mijn huisje is flink afgekoeld en ik loop naar de kachel om hem aan te steken. De kachel staat in de hoek, pal onder de kritieke plek waar ik vannacht aan dacht. De vensterbank er naast is nat. Dus toch! Ik veeg het droog en doe mijn terreinlaarzen aan en ga naar buiten. Ik klim op de steiger en zie dat het zeil in de hoek niet goed zat vastgeklemd. Het heeft gewapperd en er onder is het een beetje nat. Ik trek kleine stukken natte wol er uit en leg het zeil weer terug. Dit keer zet ik het zo vast dat het geen kant meer op kan. Ik leg de wol te drogen bij de kachel en zet het plafond op de ventileerstand.

.

Plafond in de ventilatiestand, even een ribje losmaken

.

Wonen in een klein huis is een uitdaging. Hoe kleiner het huis, hoe groter de mogelijke problemen in de vochthuishouding. De warme vochtige lucht stijgt omhoog. Bij mij gaat het dwars door de wol heen en vindt het koude vlak van het dak. Vooral boven het bed is het erg. We bestaan immers voor 80 % uit vocht en wasemen in alle rust een hoop uit. Waar gaat dat allemaal heen? Ik ben blij dat ik het dak zo heb gemaakt, dat ik overal bij kan.

.

Zo erg was het

.

Nu is de vraag, hoe los ik dit probleem op. Ik heb een plan en hoop dat het werkt. Misschien heb ik straks een huis dat zweten kan. En weet je? Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg dat ik weer iets heb om mijn tanden in te zetten…

.

Op poreuze vlakken plant de schimmel zich snel voort

 

.

WERKGESCHIEDENIS
Wat deed ik om het vocht kwijt te raken?

Ik ontwierp een huis met zo min mogelijk koudebruggen. Ik maakte ventilatiegaten onder in de muur en onder de vloerspanten en uitneembare drempels. Ik koos voor ademende isolatie, zelfs in de deuren zit het. Verder maakte een dampkap in het midden van het dak met aan weerszijden een kier, waar de condens weg kon. Boven de isolatie, pal achter de goot kwam ook zo’n kier. Maar de dakplaten, die ik pas later toevoegde, lagen er onbehandeld én poreus op en zonder folie. Dan werkt die mooie kier dus niet. Het nieuwe materiaal ga ik eerst grondig behandelen.

Het kastje onder het bed ruikt niet muf en is goed gelukt. De vloer is warm en droog. De ramen lekken niet en de drempel laat niets door. Het is snel warm, door kachel en door zonnewarmte door de ramen. Het dak is waterdicht. Ik ben tevreden over mijn ontwerp. Nu verder.

HET VOORBEHANDELEN EN CONSERVEREN VAN DE PLATEN                                                                    Ik verwijder alle schimmelresten op het EPDM grondig met soda en daarna met azijn. Zelfs al zie ik niks meer, liever een keer teveel gepoetst dan te weinig. De nieuwe dakplaten impregneer ik met hele dunne olie, die er diep intrekt. Dat doe ik twee keer. Dan volgt een dikkere perkoleumlaag, die ik meng met de dunne olie. Dan komt een tweede onverdunde perkoleumlaag, die er meer bovenop blijft liggen. Daarna schuur ik het. Vervolgens kan er hoogglans verf op, op lijnoliebasis. Als de verf goed hard is ontvet ik het, schuur het nog een keer en smeer er een laag dunne contactlijm op. Uiteindelijk komt op speciaal uitgekozen plekken een laag dampkerende folie.

.

.

HET WERKPLAN VAN HET ZWEETSYSTEEM
In het uiterste midden zorgt de dampkap ervoor dat ik mijn vochtige lucht kwijt raak. Naast het midden, voor het dak naar beneden afbuigt, komt dampkerende folie tegen het behandelde hout en ook onder de wol, achter de plafondbekleding. Verder opzij, aan de schuine zijkanten van het dak, plak ik geen folie maar EPDM tegen het dak en verder niks dan de doorlaatbare wol.
Ik hoop dat de vochtige lucht condenseert tegen het koude oppervlak van de schuin aflopende zijkant. Ik laat de EPDM als een uitstekende lap door de kier steken, die onder de goot zit. Ik hoop dat de gecondenseerde damp in druppels zijn weg naar buiten zal vinden. Op die manier werkt een luchtontvochtiger ook!

Dat wordt een mooie klus. Maar zover is het nog niet. Ik wacht tot de eerste warme lentedagen, zodat alles goed droog is. En ondertussen heb ik alle tijd om alles voor te bereiden!

.

De zweetkier onder de goot

.

 

Van binnen, essenhouten boog met stuivers als uitvulling

.

Boog van buiten, in de zweetkier (moet ook in de olie.)

.

.

 

Advertenties

Schrikken voor het slapen gaan

.

.

Door vermoeienis dwaal je af van het pad, dat je zelf hebt gebaand, dat je zelf met zoveel hersenbrekens tot perfectie had gebracht. Vergeten liggen gevallen steken, verborgen voor het oog. (Alowieke)

De hemel is gesluierd met een donker wolkendek. Gisteren kwam de zon er door heen, een verrassing na dagenlang mist en de regen. Maar vandaag is hij weer weg. En het is al januari geweest! Ik weet dat het klimaat verandert. Toch verrast het me op onprettige wijze. Dat de herfstige buien maar blijven vallen, dat de nevels maar blijven komen, het verandert de wereld. Ook mijn huis lijdt er onder en zulke dingen ontdek je nou net op de meest ongelegen momenten.

Ik heb mijn pyjama aan gedaan. Op het bed ligt een extra deken, want het wordt koud vannacht. Ik kijk op de wekker. Het is nog maar kwart over tien, ik ga vroeg mijn nest in, want Dick en ik gaan er op uit, dit weekend. Als ik mijn pantoffels uit doe, zie ik iets.
Het is een vochtvlek op het witte doek van het plafond. Een klein vlekje maar, maar het zat er eerst niet en dat is raar. Heeft het gelekt?
Ik vouw de stof opzij en trek de dikke isolatie weg. De grijze schapenwol voelt vochtig aan de bovenkant. Ik weet dat daar een kleine lek zit, maar daar heb ik tijdelijk een theedoek tussen gepropt. Het lek is zo klein, dat ik het alleen bij hoosbuien in de gaten moest houden. Ik had gedacht het op de eerste lentedag piekfijn in orde te maken. Maar wat nu? Ik trek de isolatie verder weg en schrik. Het buigtriplex is zwart van de schimmel. Zou het hele plafond er zo uit zien, al die tijd verborgen voor het oog? O dat dak, waar al zoveel uren in hebben gezeten!

Het is een warme dag in de nazomer. Ik sjouw met  grote buigzame platen, die moeten straks het dak op. Ik smeer een heel blik lijm op de randen, tegen inkruipend vocht. Het is mooie dunne lijm en het gaat snel. Terwijl ik ermee bezig ben, komt de buurman kijken, een loodgieter. Hij is ook nog psycholoog en ik kan altijd heerlijk met hem filosoferen.
Hij kijkt hoe ik de soepele kwast in de lijm doop. “Ga je de rest van de plaat nog behandelen?” vraagt hij me. Ik kijk hem aan. “Nee. Ik ben doodmoe. Het moet nu maar eens af zijn.” Hij kijkt bezorgd naar het hout. “Ach ja, vervangen kan altijd nog.”

En nu staar ik naar mijn plafond en denk aan hem, ik zie die bezorgde blik nog glashelder voor me. Ik ben net wakker na een paar uur slaap. Ik heb een hoop uitgezocht en opgeschreven. Piekeren ‘s nachts is soms heel functioneel. De zwarte schimmel heet stachybotrys en is schadelijk voor de gezondheid. Als de toestand al te bar is ga ik het nodige vervangen.
Na een flinke kom havermout voel ik mij bestand tegen elke tegenslag. Rustig haal ik adem en besluit te blijven glimlachen, terwijl ik het doek wegtrek. Langzaam onthul ik een kleine ramp. Het zit er letterlijk ònder, allemaal zwarte en witte schimmel. Er hangen druppels aan het poreuze houten dak. De druppels moeten rollen, zoals op de werktekening, rollen langs spiegelglad oppervlak, door de speciaal ontworpen kier naar buiten.

Ik weet wat ik te doen heb. Steiger plaatsen, dakbedekking lostrekken, de platen ertussen uit halen. Ik zal de nieuwe bestellen en op maat zagen, ze conserveren met goeie harde hoogglansverf. Ik plak gladde folie tegen het plafond boven de wol, dan is de afwatering van condens goed geregeld. Daarna controleer ik een paar weken of het werkt. Is het okee, dan plak ik de dakbedekking weer vast, met een nieuwe pot rubberlijm en maak alles weer netjes.

Het komt goed. Maar ach, eerst maar eens  goed slapen.

 

.

Eindejaarsfilm

.

Vlak voor het nieuwe jaar begint, wil ik iets bijzonders presenteren. Geen blog, geen tekening, geen gedicht, geen korte video, maar een film, dè film!

In deze tijd worden oude dingen worden afgerond. We nemen afscheid van een jaar met spijt of met voldoening, of alles tegelijk. Voor mij waren deze donkere dagen ideaal om het  nog een tweede keer te beleven, in een flitsende samenvatting. Ik maakte een film van de bouw van mijn “wooncocon”. Al het beeldmateriaal, meer dan drie jaar bouwen, heb ik gerangschikt. Ik heb er een verhaal van gemaakt, dat hopelijk niet alleen goed te volgen is, maar ook prachtige sfeerbeelden geeft.

Ik kon mijn droom waarmaken op deze minicamping in Brabant, waar ik heel dankbaar voor ben. Alle omstandigheden waren perfect voor deze film. De verstilde beelden in de winter zijn adembenemend en in de lente hoor je slechts het gekwinkeleer van de vogels. Je kan hier werken met een ideale concentratie zonder stoorzenders. Ik heb het hele proces consequent vastgelegd. Niet alleen met mijn huisje, maar ook over de film ben ik  helemaal tevreden.

Ik hoop dat dit verhaal zijn weg vindt en dat het nog menig enthousiaste bouwer inspiratie biedt. Of laat het er zijn, gewoon als verhaal, om naar te kijken en van te genieten.

Ik wens jullie veel kijkplezier en alle mogelijkheden om je dromen waar te maken en van dat proces te genieten. Een vitaal 2018!

.

.

Het laatste idee is om mijn wooncocon in een kas te zetten van 40 – 50 M2. Dan heb ik daarin mijn buitenkeuken en composttoilet, kruiden, druiven, tomaten, komkommers en de kleine stekken voor ze de koude (klei)grond in kunnen. Later meer daarover.

.

.

Wat vind ik in mijn schoentje

.

Wie heeft er nou een huis dat weet wanneer het sinterklaas is? Vlak voor 5 december, vond ik zomaar iets in mijn schoen. Ik was maar heel even weggeweest..

.

Mijn kleine huis zit vol verrassingen. In het ontwerp heb ik gekke bergruimtes getekend, waarvan ik nog niet precies wist waarvoor ik ze zou gebruiken. Ik maakte ze omdat ik gek ben op onverwachte ruimtes. Zo maakte ik in het dak, pal boven de deur, een luikje. Het is maar twintig centimeter in het vierkant en het zit vastgeklemd in de constructie van de nok. Je moet eraan trekken om het te openen. Aan de buitenkant, in de gevel, is dit bergplaatsje ook toegankelijk.

.

.

.Als je het luikje open doet, zie je aan de binnenkant twee geschilderde kwikstaarten. Zij waren de eersten die in mijn nieuwe huisje wilden gaan wonen. Het paar wilde in dat leuke hokje een nest maken. Waarschijnlijk schrokken ze zich wezenloos toen opeens het klepje openviel en ze naar beneden vielen.  Ik vond twee gevangen kwikstaarten in mijn huis, die niet meer wisten hoe ze hier verzeild waren geraakt. Het is dus een klepje wat ineens open kan gaan. Dat wist ik toen. Ik heb het expres zo gelaten.

.

.

Ik heb er mandarijnen in gestopt. Gewoon, omdat het zo hoort. In een bergruimte, daar stop je iets in. Dus waarom geen mandarijnen. Zo lagen ze er dagenlang en ik was al helemaal vergeten, dat het luikje open kon vallen.

En toen gebeurde het. Ik ging alleen maar even de kippen voeren. Ik kwam gelijk weer terug, keek  met stomme verbazing in mijn schoen en lachte.

Tijdens mijn korte afwezigheid, vlak voor sinterklaas, vielen de mandarijnen precies in mijn schoen. Wat heb ik toch een heerlijk huis.

 

.

.

Het ontwerpen van de buitenkeuken

.

.De woonwagen met markies en buitenkeuken, zoals het nu is.

 

Het is avond. Buiten schijnen de sterren helder in een zwarte lucht. Die kun je hier goed zien. Maar ik zie ze niet. Ik ben binnen. De luiken zijn dicht en houden de warmte goed binnen. De kachel brandt zachtjes.
Het is al bijna tijd om naar bed te gaan. Maar ik ben nog klaarwakker. Ik vraag me af wat ik ga doen. Blijf ik hier nog een poos op deze camping, of ga ik weg? Ik denk aan mijn rugzak, mijn hangmat, mijn winterjas en mijn elektrische kettingzaag. Ik heb al zoveel keren opgeruimd en dingen weggedaan, dat ik haarscherp voor me zie, wat ik nog wèl heb. En ik weet, het kan er niet in. Ik kan niet alles kwijt in mijn “kelderkast”. Bovendien is het niet handig om daar alles in te stoppen. De helft van die ruimte is bedoeld voor dingen die ik niet vaak nodig heb.

Ik moet nòg meer dingen weg doen, dat is het eerste wat er door me heen gaat. Als het moet, dan moet het. Met spijt denk ik aan mijn overgebleven gereedschappen, waarmee ik deze wagen heb gebouwd. Ik besef dat ik op de bodem ben gekomen. Ik heb weggedaan wat ik niet nodig heb, maar zonder gereedschappen ben ik onthand.
Ik wil nog verschillende dingen. Er moet dus extra bergruimte komen. Ik wil ook een betere keuken. Er komt een transparant zeil, zodat je er droog en uit de wind kan zitten. En ik wil een keukentafel. De ideeën rijgen zich aan één. Ik kan de keukentafel zò maken dat het tegelijkertijd een compacte en toegankelijke berging is. Het zeil hangt eroverheen. Bij een verhuizing tillen we de kar gewoon naar binnen. Ik zie het allemaal voor me, zo helder dat ik niet kan slapen. Maar dat geeft niet. Ik ben blij. Want ik weet wat ik ga doen.

De volgende dag ben ik aan het tekenen. Uur na uur gaat  voorbij, terwijl mijn zonnige vensterbank vol potloden ligt en op de lessenaar ligt mijn tekenvel. De ene na de andere tekening vormt zich en mijn linker en rechterhersenhelft communiceren druk met elkaar. Tijdens het tekenen zie ik steeds meer mogelijkheden. Dit wordt een multifunctionele keukenkar!

 

 

 

De keukenkar moet een eenheid vormen met de woonwagen. Het transparante zeil wordt afgewerkt met randen, drukknopen en ogen. Het hangt over de keukenkar heen. Er zijn twee vleugels waarop het zeil kan worden bevestigd. Die zitten vast met een pianoscharnier. Ze kunnen inklappen.

.

 

Aan weerszijden van de keukenkar zitten grote laden. Ik heb ze gedecoreerd met dunne triplex, zodat er een reliëf ontstaat. In het midden is ruimte voor een aanrechtkastje en een ondiepe kast waar schoonmaakspullen in staan. De kar is verplaatsbaar. Er zitten aan de ene kant wieltjes onder en aan de andere kant pootjes. Zo kan je ermee rijden als met een kruiwagen. De vleugels staan nu omhoog. Ze zijn bespannen met het transparante, UV bestendige zeil.

.

 

Middenin de kar zit een gat. Er zit een dop op het gat, die kan je eruit trekken. Daar zet je dan een parasol in, of een vissersplu. Je kan de kar in de zomer verder van de wagen afzetten, zodat er meer ruimte omheen komt.

.

 

Tijdens het tekenen merk ik dat ik ronde vleugels mooier vind dan strakke, rechte. Ik vraag me af of ik een vissersplu mooier vind.

.

 

Al gauw kom ik op een nieuw idee. Die vissersplu wordt hem niet. Ik kan maken dat de vleugels uitgeklapt kunnen worden. De tafel wordt zo hartstikke groot. Er kunnen wel tien mensen aan zitten. Dan is zo’n vissersparaplu te klein. De zijstukken zitten vast met een pianoscharnier en worden ondersteund door de deurtjes. Er is een hoogteverschil, de bovenkant van de deurtjes is zes centimeter lager. Daarom maak ik een dikke plank met inkepingen. Die kun je dwars over de deurtjes heen leggen. De tafel wordt daardoor tegelijkertijd beter ondersteund. De deurtjes worden aan de onderkant op hun plek gehouden met pennen in de grond.

.

 

Dit is de lijst met materialen. Het is een heel denkwerk. Elke keer als ik er een functie bij bedenk en de kar nóg meer mogelijkheden geef, verandert alles weer. Toch is het volgens mij gelukt om een overzicht te maken.

Een duidelijke overzichtslijst scheelt enorm. Ik kan de stukken plaatmateriaal al in de winkel op maat laten zagen. Dat kost maar 50 ct per zaagsnede, dus voor 5,50 heb ik al wat werk uit handen gegeven èn ik kan het makkelijk meenemen op de fiets. Heel fijn dat zij voor mij een kant en klaar pakketje kunnen maken. Maar daarmee ben ik nog niet klaar. Er gaat altijd meer tijd in zitten dan je denkt.

En straks! Ik fantaseer al hoe ik in mijn keuken één pansgerechten kan maken, maaltijden met wilde planten er in en zelf verbouwde groenten. Eén voor één kunnen mensen aanschuiven aan de grote tafel. Wat een mogelijkheden… Bovendien passen de keukenkar, mijn fiets en het fornuis precies in de ruimte van mijn wagen. Verhuizen is geen probleem. Ik hoop dat ik in de lente klaar ben. Maar dat weet je nooit. Dus eerst maar genieten van dit mooie, nieuwe project.

.

.

Opnieuw aan het werk

.

.

We zitten in de buitenkeuken te ontbijten. Het waait en het miezert. De groen met grijs gestreepte markies moet ons tegen de regen beschermen. Als je heel dicht tegen de wagen aan gaat zitten word je inderdaad niet nat. Maar dat bevoorrechte plekje is maar voor één persoon. De ander heeft pech.
“Mijn kont is nat,” zegt Dick. Hij heeft een korte broek aan getrokken, om zijn lange broek droog te houden. Natte benen vindt hij niet erg, die kun je afdrogen. Best een bikkel, die Dick. Op zijn grote blote knieën balanceert een houten bord met een vers afgesneden boterham. In zijn linkerhand houdt hij de pot appelstroop vast, in de rechterhand het mes. De boterham schuift bijna van het bord, wanneer hij probeert zonder het brood vast te houden, de appelstroop er op te smeren.
Ik kijk naar het flapperende doek, dat ik met knijpers aan de markies heb gehangen, om een windvrij hoekje te maken. Het helpt maar een beetje.
”Ik zal er eens over denken hoe ik dit kan afsluiten, tegen wind en regen.“ Dick knikt. “Goed plan. Er zouden ook meer plekken moeten zijn waar je iets neer kan leggen.”
Het is hem gelukt om een paar likken stroop op zijn brood te krijgen. “Ik ben benieuwd hoe je dat gaat doen. Het zal gezellig zijn als hier wat meer ruimte is.”

Ik heb gezegd dat de woonwagen af was. Maar mijn keuken is nog steeds een geïmproviseerd rommeltje. De vloer is kale grond. Er ligt een klein plankje om op te staan, maar dat zakt langzaam maar zeker het zand in. Soms mors ik wat en dan denk ik: “Ach wat maakt het uit, het zakt wel in de bodem.” In het begin vond ik dat wel handig, maar met het verstrijken van de tijd, werd dat steeds minder. De aarde domineert mijn keuken meer en meer. Alles is constant bedekt onder een laagje zand, niets is ooit echt schoon. Langzaam maar zeker verslonst het, staan er steeds meer potten vuil te worden op de kale grond, omdat er nog altijd geen duidelijke plek is waar ik dingen op wil bergen.

Dat moet anders. Dus terwijl buiten de zon schijnt en een koude harde wind over de velden waait, sta ik achter mijn raam en maak een ontwerp. Ik maak er een sterke wind- en waterdichte hoek van. Ik teken het uit op een stuk papier, ik meet en maak sommen. Het moet transparant zijn, zodat de markies goed tot zijn recht komt. Het moet dezelfde ronding als de markies hebben, waar het aan hangt. Naar onderen moet het breder uitlopen zodat er ruimte komt voor drie mensen. Ik schrik van al het materiaal dat ik er voor nodig heb, allereerst is dat dik raamfolie, UV bestendig, glashelder. Behalve dat, bestel ik enkele tientallen meters watervaste afwerkingsband, watervast garen, roestvrijstalen ogen en drukknopen. Het wordt een hele lijst.

Iets maken wat goed en duurzaam is, dat kost wat. Het kost tijd, geld, energie en het vraagt een hele hoop geduld en doorzettingsvermogen. Maar dan hèb je ook iets. Zeker weten!

.

Kon je maar gaan springen, rennen
En de volgende stap
verkennen

Maar
je bent nog niet
klaar

Eigenlijk weet je ’t best
je kent de gaten, de gebreken
je dacht dat kan ik wel zo laten
gauw heb je de andere kant op gekeken

Dus daar is het fluitje
en terug ben je weer

Je kijkt het nog eens na
en nog een keer
en nog een keer

Je werkt er aan

tot er iets
gebeurt
waardoor je
verder rolt.

Pardoes daar is
een nieuw bestaan

Grondigheid als sleutel
naar de volgende stap
om te gaan.

.

.

.

De wolken achterna

.

.

Ik loop rond de werktafel en verzamel een handje vol kromme spijkers. Ik ben weer alleen op de camping en werk aan de luiken, die voor de ramen komen. Ze worden hemelsblauw met een lila rand en zullen me beschermen tegen hitte en kou. Ik sta stil en kijk naar de horizon. De toppen van de bomen staan roerloos, alleen de wolken bewegen. Heel zachtjes drijven ze verder. Gelukkig, denk ik, niet àlles is roerloos.

Wat moet ik met die spijkers? Ze zijn klein en dun en van roestvrij staal. Het RVS is wat zacht voor het harde hout, dat ik voor de vensterluiken gebruik. Ik sla ze steeds krom. Ik had beter staal kunnen nemen. Keihard staal.

Er is geen zuchtje wind. Het maakt me suf. Slaperig gooi ik de kromme spijkers in een afvalemmer. Ik duik onder de wagen en pak het doosje oude roestige nagels. Er zitten er nog net genoeg in. Roestig of niet, deze laten zich tenminste rechtstandig in het hout slaan.

Ik werk tot het schemerig wordt. Ik zaag, ik lijm, ik schroef en ik timmer. Al doende word mijn hoofd helder en zelfs de zachte spijkers gaan er nu  loodrecht in. Ik werk tot ik het vijfde luik af heb. Een lichte bries steekt op. Steeds meer wolken bedekken de blauwe hemel.

De zon zakt als rood goud weg achter de vlierstruik, tussen de takken van de eikenboom en verder zakt hij, achter de meidoornhaag, tot hij alleen nog maar uit gouden vonken bestaat, die schitteren tussen de bosjes.
Ik kijk er naar, mijn handen hangen slap naast mijn lijf. Het is genoeg. Tevreden sta ik naast mijn werk. Vijf van de vensterluiken zijn klaar, ik moet er nog drie. Ik tuur naar de toppen van de bomen. Ze bewegen nu heen en weer in de wind. De wolken drijven verder, op weg naar de horizon. Ze verdampen, regenen leeg of ze waaien uit elkaar door de wind. Gelukkig, er is beweging. Niets staat stil, nooit.

Ik stapel het hout op elkaar, de onderdelen die ik heb afgemeten en uitgezaagd. Ik bedek het tegen de dauw en berg het gereedschap op. Morgen ga ik weer verder. Nog even. Nog even doorwerken. Dan kan ik straks misschien de wolken achterna, wie weet met welke bestemming..

.

.

.

Van plakband en karton

.

 

.

Laten we onze behoeften niet meteen opvullen met het meest voor de hand liggende. Laten we leegtes creeëren om ons palet aan kansen te herontdekken. (Alowieke)

 

Ik loop de drogisterij van Middelbeers uit en wil mijn fiets pakken. Mijn afgeknipte spijkerbroek is vuil van vele weken werk, maar mijn hemd is fris en groen. De zon staat al twee weken te branden boven mijn hoofd en heeft mijn schouders bruin gemaakt. Ik schuif mijn hoed naar achteren, die ik maakte van een rieten lampekap. Hij moet mijn gezicht en nek beschermen. Het is een goede hoed en hij blijft stevig zitten als het hard waait. Zeker op de lange landweg tussen Haghorst en Middelbeers, daar kan het hard waaien.
Ik stop mijn net gekochte buitenthermometer in mijn fietstas. Ik wil weten hoe warm het is in mijn wagen. Die dorpse drogisterijen hebben van alles, je kan het zo gek niet bedenken. Zelfs thermometers!

Net als ik mijn been over de hoge stang van mijn grote Gazelle wil slingeren om weer naar huis te fietsen, zie ik een rek met slippers. Slippers van hard en zacht schuimspul, bont gekleurd, of zwart met een kraal tussen de tenen. Ik zet mijn been weer op de grond, zet mijn fiets op de standaard en loop terug. Zal ik het doen? Koop ik ze?

Het is elke keer een keus. Wat is mijn behoefte. Ik heb slippers nodig. In elk geval heb ik ze vandààg nodig. De dikke balken van mijn steiger worden gloeiend heet in de zon. Gisteren ging het nog net, maar vandaag wordt het te heet onder mijn blote voeten en met schoenen aan is ook niks. Dag na dag werk ik gestadig door aan het dak van mijn woonwagen en het wordt prachtig. Ik drink veel water tijdens het werk en mijn hoed beschermt me tegen de hitte. Maar mijn voeten willen òòk wat. Koop ik nu die slippers of niet? Sandalen zou beter zijn. Daar heb ik verder ook nog wat aan. Maar die hebben ze hier niet. En ja…. hoe vaak draag ik nou slippers??

Ik koop ze niet. Ik slinger mijn been over de stang en fiets weg. Thuisgekomen is de steiger nog heter geworden dan hij al was. Ik vraag me af hoe ik nu toch verder kan werken.

Dan zie ik een stuk karton liggen en een rol plakband. De oplossing ligt pal voor mijn voeten. Ik spring op en pak het stanleymes. Ik zet mijn voet op het karton, snijdt er met een ruime bocht omheen en bind het plakband om mijn voet en het karton. Het resultaat is een paar prachtige wegwerpslippers, waar elke zigeuner of stadsindiaan trots op zou zijn. Blij klim ik de steiger weer op. Ze werken net zo goed als echte slippers en het plakband blijft goed zitten. Hoera.

Leven in het klein maakt creatief. Steeds vaker ontdek ik dat het veel leuker is om niet alles te hebben en òveral in voorzien te zijn. Leven in het klein betekent leegtes creeëren. Ik bouw niet alleen een huisje, ik bouw ook aan kansen. Elke leegte is een uitnodiging! Laat de tijd zijn werk maar doen.

Ik ben er van overtuigd. Creativiteit is onze redding. Laten we onze behoeften niet meteen opvullen met het meest voor de hand liggende. Laten we leegtes creeëren om ons palet aan kansen te herontdekken.

.

.

BEELDEN TIJDENS DE BOUW

.

Voor dat het dakrubber er op kon, moest ik nog een paar dingen bijwerken. Met deze lamellenschuurschijf op de haakse slijper gaat dat hartstikke snel, terwijl hij toch al flink versleten is en het eigenlijk tijd is voor een nieuwe.

.

 

Bij de verhuizing heb ik per ongeluk al mijn hoeden weg gedaan. Geen nood, ik vond een prachtige lampekap, die ik geschikt heb gemaakt om als hoed te dragen.

.

 

Als schoorsteendoorvoer heb ik een oude petroleumkan gebruikt.

.

 

.

 

.

.

.

Elke centimeter aandacht

.

 

 

Rustig aan,
dan breekt het lijntje niet.
Kijk waar je naar kijkt
en zorg dat je het ziet.

Hardlopers zijn doodlopers
en mensen die het toch blijven doen
zijn hardnekkige knieënslopers

Liever één vogel in de hand,
dan tien in de lucht
Liever hier zijn met verstand
dan met haastig hart op de vlucht

Maak wat moois van wat er is
weet alles heel dichtbij
zonder spinsels van gemis.
boetseer je dagen als met klei
meet je voeten met de rolmaat
elke centimeter aandacht
en nooit ben je te laat.

Ben waar je bent

Wat is,
dat is.

 

.

Ik heb een steiger gemaakt! Alles was er, de metselschragen die ik mocht gebruiken, de lange zware balken, Er was genoeg materiaal om van de steiger een stabiel geheel te maken. Had ik eerder geweten dat dit alles zo makkelijk te vinden was! Nu kan ik verder werken aan het dak.

.

.

 

 

 

 

 

 

.

.

Ik herinner mij vorig jaar maar wat goed. Wat was ik het zat, dat gewiebel op die keukentrap! Mijn wagen staat op een hobbelig grasveldje. De keukentrap had smalle lange poten. Elke keer als ik hem verzette, moest ik plankjes onder de poten schuiven om de ondergrond effen te maken en om te zorgen dat hij niet in de grond zakte. Ik ging op en af. Ik pakte de boor, klom omhoog, boorde een gaatje en klom weer naar beneden voor het volgende.

Ik ben heel wat naar boven en naar beneden gegaan en ik heb heel wat plankjes verschoven, onder die lange wankele poten. Een geweldige oefening voor benen en balans. Al balancerend maakte ik de goot, sloeg deuvels in dakspanten, zodat ze stevig vastzaten en schilderde het dakzeil groen. Het zeil, gemaakt van kunstrubber, vouwde ik aan de randen netjes in de goot. Nu kon het mooi afwateren. Ik maakte het vast met touwen, latten en lijmklemmen en klom voor de laatste keer naar beneden. Hoopte ik.

Ik keek op een afstandje naar mijn werk. Het zou vast nog flink gaan stormen, de herfst moest nog komen. Maar alles zat vast. Ik bekeek mijn werk van binnen en van buiten. Maar het was goed en er was niets dat lekte of wapperde. Voorlopig zou dit het dak zijn, al verdiende het geen schoonheidsprijs. Later zou ik wel verder zien. Opgelucht nam ik dat besluit en ging verder met de binnenkant, het bed, de zithoek, de afwerking, het schilderen. Als dat af was, dan kon ik er in de lente gaan wonen…

.

.

Boven de goot kan ik nog steeds een gat maken in het dak. Achter de isolatie zit niks. Alleen het dakzeil, dat ik hier heb weggeklapt. Ik vind het best geinig, zomaar een gat te kunnen maken, maar het geintje heeft nu lang genoeg geduurd.

.

En nu woon ik er. Maar het dak vraagt steeds luider om aandacht. Het is nog niet af. Dus ben ik weer begonnen. Ik ga de hobbels en bobbels egaliseren met super buigzame plaat en er is meer wat om afwerking vraagt. Op de steiger staat een waterdichte box met al mijn gereedschap. Ik hoef maar één keer omhoog en ik vind wat ik nodig heb. Ik word er net zo blij van als ontbijt op bed. Een cadeautje voor mezelf. Het is wat meer werk voor je kan beginnen, maar het is het waard. Staande op mijn stevige steiger kan ik zien wat ik gedaan heb, ik kan zien of het goed is en wat ik nog wil doen. Dit is nog eens werken! Zonder veel gedoe heb ik overzicht. Daar ga ik van genieten!

.

.

Het dak met het zeil omhoog geslagen, zodat ik aan het werk kan. Hier is het gat te zien, wat ik voor de gein heb gemaakt en wat van binnenuit zichtbaar is op de vorige foto. Er naast het eerste klusje,  cedarhouten plankjes plaatsen, ter afdichting.

.

.

De essenhouten dakspanten zijn niet allemaal van dezelfde kromming. Ze zijn heet en nat gestoomd en daarna gebogen en ze zijn niet zo krom geworden als ik wilde. Om het verschil in hoogte te overbruggen heb ik deze lat gemaakt.

.

.

.

Hier kun je de inkepingen zien, voor elke boog anders. Het meten ervan is een kunstje dat ik leerde bij de bouw van het Statenjacht in Utrecht.

.

.

Deze plaat buigtriplex is zò gemaakt, dat je hem in deze richting  extra ver kan buigen. Aan de binnenkant zijn ribbels uitgezaagd wat dit mogelijk maakt. Daardoor is hij ook lichter van gewicht.

.

.

En toch moet ik de rust verstoren

.

.

Wij hebben elk ons nest. De kwikstaarten en ik. Ze zitten zo vlakbij me, dat ze me wel mòeten vertrouwen. Hun nest is verscholen onder een plaat triplex, die een grote stapel bakstenen afdekt. Er komt steeds gepiep onder vandaan. Ik zou zomaar hun dak eraf kunnen halen. Dan zijn de kraaien er meteen bij. Weg kroost. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Ik hou van ze.

Alles valt of staat met een dak boven het hoofd. Dat geldt ook voor mij.
Mijn dak doet wat het moet doen. Daar ben ik blij om. Toch kan ik het zomaar weghalen. Net zo makkelijk als de plaat boven de kwikstaarten.

.

.

.

Het is avond, de late zomerzon schijnt door de ramen met een oranjegeel schijnsel. Mijn vriend Dick en ik zitten stil op de bank te kijken en nemen kleine slokjes van onze koffie. De lichte deuren en de witte muren weerkaatsen het licht, dat bij elke wolk van kleur verandert.
„Wat een mooi huisje hè..“ zegt Dick en hij kijkt me glimmend aan, „een mooi huisje en een mooi meisje.“ Ik lach. „Ik geniet altijd zo van dit licht“, zeg ik. Ik sta op en kijk door het raam. Het hele terrein ligt al in de schaduw. „Wat bof ik! Nergens op de camping is de zon nog, alleen bij mij. Heerlijk, hè Dick?“

.

Ik geniet van mijn huis. De kozijnen van de ramen zijn nu wit geschilderd en afgewerkt. Als je erdoor kijkt, is het als de paspartoe van een kleurige tekening, alles wat je ziet wordt er mooier door. De vensterbank houd ik expres leeg. Er staat alleen een merkwaardig gevormde geluidsinstallatie op van doorzichtig plastic. Maar dat stoort niet.  Onder de vensterbank met de wonderlijke stolp, dààr is een tweede plank en dat is de plek waar alles op staat. Het is er een aangenaam rommeltje en als je op de grond zit, is er veel te zien.

.

.

„Wel raar dat het dak er straks weer af moet,“ zeg ik peinzend tegen Dick. „Nu alles zijn plek heeft gevonden…“
„Ik kan me voorstellen dat je dat een raar idee vindt.“ Dick kijkt omhoog, naar het plafond, naar het hout van de essen bogen en de witte stugge katoen, die er zacht overheen bolt, in een gelijkmatig ritme. Hij weet net als ik, het ligt er los op, samen met de isolerende wol. Weghalen is zo gebeurd. Dat moet ook, straks. Ik wil het dak verbeteren.

.

.

Een heerlijk hoekje onder het zachte plafond, tussen zachte wanden. Nu is het een zithoek. Maar het ophijsbare middenblad is neer te halen met touwen. Met het resterend stuk matras er op, maak ik hier elke avond mijn heerlijk brede bed.

.

Binnenkort komt het buigtriplex. Dit triplex is zó gemaakt, dat je er een flinke bocht mee kan maken. Ik kan de onregelmatigheden bovenop het dak mooi egaal maken, ik kan het dakrubber goed vastplakken en er komt meteen een extra luchtlaag onder. Maar het wordt nog een flinke klus en een stoffige bende. Bovenop het dak moet ik vier-en-veertig inkepingen op maat gaan slijpen. Ik schraap mijn moed opnieuw bijeen. Gelukkig is het de laatste kloteklus. En je weet niet, misschien valt het mee.

.

Eén van de dingen die een plekje vonden, in mijn nieuwe huis. Dit schip komt uit mijn vorige leven. Mijn man Michiel en ik hadden een grote droom. Het schip origineel maken, zoals ze was in haar glorietijd, hier op de foto te zien. We zouden een varend bestaan gaan leiden en weekends organiseren met gasten. Na zijn dood moest ik die droom laten varen en is het schip uiteindelijk verkocht. Ik was de foto helemaal vergeten. Toch, ik hoefde er niet eens bij na te denken, toen ik het hier ophing. Ik zal het straks goed onderdekken, voor aanvang van de stofbende.

.

„Wil je me straks helpen om de platen op het dak te hijsen,“ vraag ik aan Dick.
Ja, dat wil hij wel. Dat is alvast fijn om te weten. Ik kijk naar buiten en denk aan de kwikstaarten, die nu rusten, na een drukke dag van fladderen en tientallen vliegjes vangen. Zij weten niet, dat ik hun dak er zomaar af kan halen. Het zou een hoop stress geven. Ik begrijp het best. Ik zou mijn eigen dak er ook liever op laten zitten. En toch moet het. En toch moet ik de rust verstoren. Het is een goed dak. Maar het kàn beter!

.

De eerste en de laatste foto zijn gemaakt door Dick Verheul

.

.

.

.

.