Van plakband en karton

.

 

.

Laten we onze behoeften niet meteen opvullen met het meest voor de hand liggende. Laten we leegtes creeëren om ons palet aan kansen te herontdekken. (Alowieke)

 

Ik loop de drogisterij van Middelbeers uit en wil mijn fiets pakken. Mijn afgeknipte spijkerbroek is vuil van vele weken werk, maar mijn hemd is fris en groen. De zon staat al twee weken te branden boven mijn hoofd en heeft mijn schouders bruin gemaakt. Ik schuif mijn hoed naar achteren, die ik maakte van een rieten lampekap. Hij moet mijn gezicht en nek beschermen. Het is een goede hoed en hij blijft stevig zitten als het hard waait. Zeker op de lange landweg tussen Haghorst en Middelbeers, daar kan het hard waaien.
Ik stop mijn net gekochte buitenthermometer in mijn fietstas. Ik wil weten hoe warm het is in mijn wagen. Die dorpse drogisterijen hebben van alles, je kan het zo gek niet bedenken. Zelfs thermometers!

Net als ik mijn been over de hoge stang van mijn grote Gazelle wil slingeren om weer naar huis te fietsen, zie ik een rek met slippers. Slippers van hard en zacht schuimspul, bont gekleurd, of zwart met een kraal tussen de tenen. Ik zet mijn been weer op de grond, zet mijn fiets op de standaard en loop terug. Zal ik het doen? Koop ik ze?

Het is elke keer een keus. Wat is mijn behoefte. Ik heb slippers nodig. In elk geval heb ik ze vandààg nodig. De dikke balken van mijn steiger worden gloeiend heet in de zon. Gisteren ging het nog net, maar vandaag wordt het te heet onder mijn blote voeten en met schoenen aan is ook niks. Dag na dag werk ik gestadig door aan het dak van mijn woonwagen en het wordt prachtig. Ik drink veel water tijdens het werk en mijn hoed beschermt me tegen de hitte. Maar mijn voeten willen òòk wat. Koop ik nu die slippers of niet? Sandalen zou beter zijn. Daar heb ik verder ook nog wat aan. Maar die hebben ze hier niet. En ja…. hoe vaak draag ik nou slippers??

Ik koop ze niet. Ik slinger mijn been over de stang en fiets weg. Thuisgekomen is de steiger nog heter geworden dan hij al was. Ik vraag me af hoe ik nu toch verder kan werken.

Dan zie ik een stuk karton liggen en een rol plakband. De oplossing ligt pal voor mijn voeten. Ik spring op en pak het stanleymes. Ik zet mijn voet op het karton, snijdt er met een ruime bocht omheen en bind het plakband om mijn voet en het karton. Het resultaat is een paar prachtige wegwerpslippers, waar elke zigeuner of stadsindiaan trots op zou zijn. Blij klim ik de steiger weer op. Ze werken net zo goed als echte slippers en het plakband blijft goed zitten. Hoera.

Leven in het klein maakt creatief. Steeds vaker ontdek ik dat het veel leuker is om niet alles te hebben en òveral in voorzien te zijn. Leven in het klein betekent leegtes creeëren. Ik bouw niet alleen een huisje, ik bouw ook aan kansen. Elke leegte is een uitnodiging! Laat de tijd zijn werk maar doen.

Ik ben er van overtuigd. Creativiteit is onze redding. Laten we onze behoeften niet meteen opvullen met het meest voor de hand liggende. Laten we leegtes creeëren om ons palet aan kansen te herontdekken.

.

.

BEELDEN TIJDENS DE BOUW

.

Voor dat het dakrubber er op kon, moest ik nog een paar dingen bijwerken. Met deze lamellenschuurschijf op de haakse slijper gaat dat hartstikke snel, terwijl hij toch al flink versleten is en het eigenlijk tijd is voor een nieuwe.

.

 

Bij de verhuizing heb ik per ongeluk al mijn hoeden weg gedaan. Geen nood, ik vond een prachtige lampekap, die ik geschikt heb gemaakt om als hoed te dragen.

.

 

Als schoorsteendoorvoer heb ik een oude petroleumkan gebruikt.

.

 

.

 

.

.

.

Elke centimeter aandacht

.

 

 

Rustig aan,
dan breekt het lijntje niet.
Kijk waar je naar kijkt
en zorg dat je het ziet.

Hardlopers zijn doodlopers
en mensen die het toch blijven doen
zijn hardnekkige knieënslopers

Liever één vogel in de hand,
dan tien in de lucht
Liever hier zijn met verstand
dan met haastig hart op de vlucht

Maak wat moois van wat er is
weet alles heel dichtbij
zonder spinsels van gemis.
boetseer je dagen als met klei
meet je voeten met de rolmaat
elke centimeter aandacht
en nooit ben je te laat.

Ben waar je bent

Wat is,
dat is.

 

.

Ik heb een steiger gemaakt! Alles was er, de metselschragen die ik mocht gebruiken, de lange zware balken, Er was genoeg materiaal om van de steiger een stabiel geheel te maken. Had ik eerder geweten dat dit alles zo makkelijk te vinden was! Nu kan ik verder werken aan het dak.

.

.

 

 

 

 

 

 

.

.

Ik herinner mij vorig jaar maar wat goed. Wat was ik het zat, dat gewiebel op die keukentrap! Mijn wagen staat op een hobbelig grasveldje. De keukentrap had smalle lange poten. Elke keer als ik hem verzette, moest ik plankjes onder de poten schuiven om de ondergrond effen te maken en om te zorgen dat hij niet in de grond zakte. Ik ging op en af. Ik pakte de boor, klom omhoog, boorde een gaatje en klom weer naar beneden voor het volgende.

Ik ben heel wat naar boven en naar beneden gegaan en ik heb heel wat plankjes verschoven, onder die lange wankele poten. Een geweldige oefening voor benen en balans. Al balancerend maakte ik de goot, sloeg deuvels in dakspanten, zodat ze stevig vastzaten en schilderde het dakzeil groen. Het zeil, gemaakt van kunstrubber, vouwde ik aan de randen netjes in de goot. Nu kon het mooi afwateren. Ik maakte het vast met touwen, latten en lijmklemmen en klom voor de laatste keer naar beneden. Hoopte ik.

Ik keek op een afstandje naar mijn werk. Het zou vast nog flink gaan stormen, de herfst moest nog komen. Maar alles zat vast. Ik bekeek mijn werk van binnen en van buiten. Maar het was goed en er was niets dat lekte of wapperde. Voorlopig zou dit het dak zijn, al verdiende het geen schoonheidsprijs. Later zou ik wel verder zien. Opgelucht nam ik dat besluit en ging verder met de binnenkant, het bed, de zithoek, de afwerking, het schilderen. Als dat af was, dan kon ik er in de lente gaan wonen…

.

.

Boven de goot kan ik nog steeds een gat maken in het dak. Achter de isolatie zit niks. Alleen het dakzeil, dat ik hier heb weggeklapt. Ik vind het best geinig, zomaar een gat te kunnen maken, maar het geintje heeft nu lang genoeg geduurd.

.

En nu woon ik er. Maar het dak vraagt steeds luider om aandacht. Het is nog niet af. Dus ben ik weer begonnen. Ik ga de hobbels en bobbels egaliseren met super buigzame plaat en er is meer wat om afwerking vraagt. Op de steiger staat een waterdichte box met al mijn gereedschap. Ik hoef maar één keer omhoog en ik vind wat ik nodig heb. Ik word er net zo blij van als ontbijt op bed. Een cadeautje voor mezelf. Het is wat meer werk voor je kan beginnen, maar het is het waard. Staande op mijn stevige steiger kan ik zien wat ik gedaan heb, ik kan zien of het goed is en wat ik nog wil doen. Dit is nog eens werken! Zonder veel gedoe heb ik overzicht. Daar ga ik van genieten!

.

.

Het dak met het zeil omhoog geslagen, zodat ik aan het werk kan. Hier is het gat te zien, wat ik voor de gein heb gemaakt en wat van binnenuit zichtbaar is op de vorige foto. Er naast het eerste klusje,  cedarhouten plankjes plaatsen, ter afdichting.

.

.

De essenhouten dakspanten zijn niet allemaal van dezelfde kromming. Ze zijn heet en nat gestoomd en daarna gebogen en ze zijn niet zo krom geworden als ik wilde. Om het verschil in hoogte te overbruggen heb ik deze lat gemaakt.

.

.

.

Hier kun je de inkepingen zien, voor elke boog anders. Het meten ervan is een kunstje dat ik leerde bij de bouw van het Statenjacht in Utrecht.

.

.

Deze plaat buigtriplex is zò gemaakt, dat je hem in deze richting  extra ver kan buigen. Aan de binnenkant zijn ribbels uitgezaagd wat dit mogelijk maakt. Daardoor is hij ook lichter van gewicht.

.

.

En toch moet ik de rust verstoren

.

.

Wij hebben elk ons nest. De kwikstaarten en ik. Ze zitten zo vlakbij me, dat ze me wel mòeten vertrouwen. Hun nest is verscholen onder een plaat triplex, die een grote stapel bakstenen afdekt. Er komt steeds gepiep onder vandaan. Ik zou zomaar hun dak eraf kunnen halen. Dan zijn de kraaien er meteen bij. Weg kroost. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Ik hou van ze.

Alles valt of staat met een dak boven het hoofd. Dat geldt ook voor mij.
Mijn dak doet wat het moet doen. Daar ben ik blij om. Toch kan ik het zomaar weghalen. Net zo makkelijk als de plaat boven de kwikstaarten.

.

.

.

Het is avond, de late zomerzon schijnt door de ramen met een oranjegeel schijnsel. Mijn vriend Dick en ik zitten stil op de bank te kijken en nemen kleine slokjes van onze koffie. De lichte deuren en de witte muren weerkaatsen het licht, dat bij elke wolk van kleur verandert.
„Wat een mooi huisje hè..“ zegt Dick en hij kijkt me glimmend aan, „een mooi huisje en een mooi meisje.“ Ik lach. „Ik geniet altijd zo van dit licht“, zeg ik. Ik sta op en kijk door het raam. Het hele terrein ligt al in de schaduw. „Wat bof ik! Nergens op de camping is de zon nog, alleen bij mij. Heerlijk, hè Dick?“

.

Ik geniet van mijn huis. De kozijnen van de ramen zijn nu wit geschilderd en afgewerkt. Als je erdoor kijkt, is het als de paspartoe van een kleurige tekening, alles wat je ziet wordt er mooier door. De vensterbank houd ik expres leeg. Er staat alleen een merkwaardig gevormde geluidsinstallatie op van doorzichtig plastic. Maar dat stoort niet.  Onder de vensterbank met de wonderlijke stolp, dààr is een tweede plank en dat is de plek waar alles op staat. Het is er een aangenaam rommeltje en als je op de grond zit, is er veel te zien.

.

.

„Wel raar dat het dak er straks weer af moet,“ zeg ik peinzend tegen Dick. „Nu alles zijn plek heeft gevonden…“
„Ik kan me voorstellen dat je dat een raar idee vindt.“ Dick kijkt omhoog, naar het plafond, naar het hout van de essen bogen en de witte stugge katoen, die er zacht overheen bolt, in een gelijkmatig ritme. Hij weet net als ik, het ligt er los op, samen met de isolerende wol. Weghalen is zo gebeurd. Dat moet ook, straks. Ik wil het dak verbeteren.

.

.

Een heerlijk hoekje onder het zachte plafond, tussen zachte wanden. Nu is het een zithoek. Maar het ophijsbare middenblad is neer te halen met touwen. Met het resterend stuk matras er op, maak ik hier elke avond mijn heerlijk brede bed.

.

Binnenkort komt het buigtriplex. Dit triplex is zó gemaakt, dat je er een flinke bocht mee kan maken. Ik kan de onregelmatigheden bovenop het dak mooi egaal maken, ik kan het dakrubber goed vastplakken en er komt meteen een extra luchtlaag onder. Maar het wordt nog een flinke klus en een stoffige bende. Bovenop het dak moet ik vier-en-veertig inkepingen op maat gaan slijpen. Ik schraap mijn moed opnieuw bijeen. Gelukkig is het de laatste kloteklus. En je weet niet, misschien valt het mee.

.

Eén van de dingen die een plekje vonden, in mijn nieuwe huis. Dit schip komt uit mijn vorige leven. Mijn man Michiel en ik hadden een grote droom. Het schip origineel maken, zoals ze was in haar glorietijd, hier op de foto te zien. We zouden een varend bestaan gaan leiden en weekends organiseren met gasten. Na zijn dood moest ik die droom laten varen en is het schip uiteindelijk verkocht. Ik was de foto helemaal vergeten. Toch, ik hoefde er niet eens bij na te denken, toen ik het hier ophing. Ik zal het straks goed onderdekken, voor aanvang van de stofbende.

.

„Wil je me straks helpen om de platen op het dak te hijsen,“ vraag ik aan Dick.
Ja, dat wil hij wel. Dat is alvast fijn om te weten. Ik kijk naar buiten en denk aan de kwikstaarten, die nu rusten, na een drukke dag van fladderen en tientallen vliegjes vangen. Zij weten niet, dat ik hun dak er zomaar af kan halen. Het zou een hoop stress geven. Ik begrijp het best. Ik zou mijn eigen dak er ook liever op laten zitten. En toch moet het. En toch moet ik de rust verstoren. Het is een goed dak. Maar het kàn beter!

.

De eerste en de laatste foto zijn gemaakt door Dick Verheul

.

.

.

.

.

 

De kus

.

.

Ik ben blij dat ik twee-en-vijftig ben. Eén van de mooie dingen is, dat ik veel meer plezier heb in wat ik bereikt heb. Ik kan rustiger werken en tegelijkertijd genieten van wat ik doe. Vroeger was dat anders. Als ik ergens mee begonnen was, dan ging ik door, alles moest wijken tot ik het af had. Er kon geen praatje van af, een bezoeker kon slechts stil toekijken, terwijl ik werkte aan mijn project. En als ik het af had, dan ging ik uitgeteld drie dagen zitten kijken naar hoe mooi het was geworden. Maar dat kon ik niet altijd, want soms stond ik dan stijf van de hoofdpijn van het harde werken. Dat is lang geleden, gelukkig. Genieten tussen de regels door vergroot het geluk en maakt dat je langdurige projecten langer vol kan houden. En het is heerlijk om te delen, wat je al wèl klaar hebt.

Ik woon nu al meer dan drie weken in mijn nieuw gebouwde woonwagen. Af is het nog niet. Maar er in slapen is al heel erg fijn.

Het is vroeg in de ochtend. Ik lig in bed met ogen dicht. Als ik ze heel even open doe, zie ik door het daklicht dat het nog schemerig is. In mijn halfslaap heb ik gemerkt dat Dick er al uit is. Voor dag en dauw staat hij op om terug te fietsen naar zijn huis en werk in Eindhoven. Dat weet ik. Zo gaat het al vijf jaar, op menige maandagochtend. Het lijkt al uren geleden dat ik wakker werd omdat hij opstond. Zou hij al weg zijn? Hij zal toch niet vergeten zijn me een zoen te geven, denk ik slaperig. Dat zou wel heel vreemd zijn. Lomig luister ik en dan hoor ik hem rommelen bij zijn fiets. Ik haal opgelucht adem. Dan zal hij zo wel komen.
Ik lig met mijn hoofd bij de achterdeurtjes, waarvan er plotseling eentje opengaat. Achter het deurtje staat Dick, die recht het bed in kijkt naar mijn slaperige gezicht. Hij kijkt lachend en vertederd. Ik krijg een zoen en nog één en nog één. „Goeie reis,“ zeg ik hem, veel wakkerder dan ik me voel. „Nee, jíj een goede reis. Je gaat toch naar de verjaardag van je broer in Denemarken,” zegt hij. Ja, dat is zo. Ik heb een broer in Denemarken. Die wordt zestig en ik ga daar heen. Lang denk ik er niet over na. Het deurtje gaat dicht en als een blok val ik weer in slaap.

Het is verrukkelijk. Te genieten van dingen die al af zijn. Al van te voren had mijn vriend gezegd hoe hij zich verheugde om van buitenaf het deurtje te openen, waarachter hij mijn hoofd op het kussen kon zien liggen. Zijn ogen glommen bij het idee om mij dan in bed gedag te kunnen zoenen. En elke keer als dat gebeurt denk ik, wat een heerlijk huisje heb ik toch gemaakt. Voor die momenten doe je het toch?
Ik wel! Ik voel me nog mooier dan Doornroosje.

Zomaar verhuisd

.

 

De lente is de tijd van nieuw begin. Dromen, in de winterstilte uitgegroeid tot plan, breken open als een dikke knop van een jonge loot en beginnen te groeien. Onafgesproken komt alles tegelijkertijd.

Ineens is het gebeurd. Het leek zo te moeten. Ik ben verhuisd. Het was helemaal niet mijn bedoeling, het was kennelijk zo ver. De stoffeerder heeft de kussens gebracht. En toen ze er lagen, was het gelijk een echt huis. Het huis lokte mij. „Weet je wat,” dacht ik, „ik breng er vast wat boeken naar toe.“ En na de boeken dacht ik, ik kan er ook wel wat kleren heen brengen. Zo ging het.

Met armen vol loop ik heen en weer over het veld, van mijn ene wagen naar de andere. De nieuwe is veelbelovend en blauw als de lucht van een winterse zonsopgang. De oude ziet er een beetje haveloos uit. Hier en daar bladdert de roodbruine verf en de ramen zijn vuil. Ik heb haar de laatste tijd verwaarloosd. Mijn eigengebouwde huis werd almaar mooier. Hoe dichter bij de verhuizing, hoe meer ik het verval negeerde van dat, wat ik achter zou laten. Ik verlangde naar mijn nieuwe leven.

.

Het verval van het oude, verlangend naar nieuw leven

.

Wat voor de één een vervagend leven betekent, is voor de ander een unieke kans. De vernieuwing van mijn oude wagen staat al op de drempel. Er is iemand wiens handen jeuken om aan de slag te gaan, te krabben en te schuren en blauwe luchten en bloemen er op te schilderen.
Want de oude wagen is eigenlijk al niet meer van mij. De nieuwe eigenaresse wacht tot ik klaar ben. Hoeveel geduld heeft ze nog? Terwijl ik steeds vaker heen en weer loop komt ze bij toeval aanlopen. „Mag ik even in de wagen zitten om te voelen hoe het is?“ vraagt ze „Dan kan ik vast een beetje aarden.“ Ik zeg lachend dat ik het prima vind en dat ze precies op het juiste moment komt. Ik roep haar na dat het al een stuk leger is, daar binnen.

Leegte is belangrijk voor het fantaseren. Ik houd van leegte en gun iedereen die stille veelbelovende en uitnodigende ruimte. Ruimte om dromen uit te werken.

 

Kristallen voor het raam

.

De lente is de tijd van nieuw begin. Dromen, in de winter sterk geworden, breken open als een dikke knop van een jonge loot en beginnen te groeien. Onafgesproken komt alles tegelijkertijd. Het is als dominostenen, die met zorg zijn neergezet door een onzichtbare hand. Ineens beginnen ze te vallen. Eerst eentje. Dan de volgende. En dan gaat het opeens snel. Dat is het moment. Zonder veel moeite kan er veel tot stand worden gebracht. Gewoon, omdat het er de tijd voor is. Ik ben één zo’n steentje in een heel groot veld, nietig als een zandkorrel maar tegelijkertijd is mijn bestaan net zo essentieel als een zonnestraal. Ik sta precies op de juiste plek en waarom dat weet ik niet. Ik maak er wat van, zie alles als een uitdaging en geniet. Ik werk, ik kijk, ik schrijf. Ik ben.

 

Zithoek te transformeren tot bed. Ontbrekende deel hangt er boven, met de transparante plaat er in, is het ook te gebruiken als tafel. Het ontbrekende stuk matras staat rechtop onder de linkerbank, net te zien op eerste foto.

.

Alles werkt zoals ik het bedacht had, alleen moet er hier en daar nog wat bijgewerkt worden. Als dingen in gebruik genomen worden, blijkt het soms net ietsje anders uitvallen dan berekend. Zo zakt de bedbalk iets meer door dan ik dacht, waardoor het ene kastdeurtje klemt als er iemand op zit. Het zijn maar een paar dingetjes.

Inmiddels is een groot gedeelte van de spullen over, vooral boeken en kleren. Het is verbazingwekkend hoeveel ik kwijt kan zonder dat je er iets van ziet. En ik heb nog steeds een hoop ruimte over! De grote kast onder de vloer is nog steeds helemaal leeg. Daar komen straks gereedschappen en kampeerspullen. De keukenuitrusting moet ook nog, maar daarvoor maak ik een lichte kist, die ik open kan klappen tot buitenkeuken.

 

.

Nu ik ben verhuisd en de lampjes kunnen branden, lijkt het of het af is. Maar er is nog steeds veel te doen. De raamluiken, het egaliseren van het dak, het verbeteren van het energiesysteem en nog veel meer. Iets wat klein is, een huis of een ander ding, is niet per definitie minder werk. Zeker niet als het een huis is dat 23 luiken of deurtjes heeft die open kunnen. Alles moet perfect kunnen sluiten en niets mag elkaar in de weg zitten! Bijna ongelooflijk dat dat kan, in een huis van zes vierkante meter!

.

.

.

Een beter mens

.

Deze week deed ik een energie experiment. Ik heb keihard gewerkt, zonder adem te halen. Precies zoals veel politici het graag zien.

.

Het prille ochtendlicht kietelt als kwikzilver door de kier van het gordijn. Ik beweeg mijn heupen en schouders. Ik draai en wiebel wat heen en weer, voor ik zover ben dat ik het bed uit spring. Daar is moed voor nodig, want het is zo koud, dat mijn adem wolkjes maakt. Ik adem diep in en gooi resoluut de dekens opzij, om razendsnel zoveel mogelijk kleren over mijn pyjama heen te doen.
Vandaag doe ik alles anders dan normaal. Ik doe mijn oefeningen snel achter elkaar, zonder te bedenken wat ik vannacht gedroomd heb of naar buiten te kijken. Ik steek de kachel niet aan. Dan ontbijt ik maar met een deken om me heen.
Deze week ga ik als een speer. Dat is de bedoeling. Net als duizenden anderen maak ik deze week van mijn bezigheden een gesmeerde routine. Waarom? Omdat ik denk dat ik dan meer werk kan verzetten, misschien. Maar vooral omdat ik het lullig vind, dat ik op mijn gemak de dag begin, terwijl de rest van Nederland zich in het zweet werkt. Vandaag is het de vijfde dag, dat ik het zo doe.

Daar sta ik dan, om kwart voor negen in de ochtend, nog een beetje koud, moe en niet helemaal wakker, mijn blauwe klompen in het halfbevroren gras. Ik kijk naar mijn nieuwe wagen, mijn grote project, waar ik nu al drie jaar aan werk. Ik heb geen zin. En niet zomaar een beetje. Ik heb zelden zo tegen de dag opgezien. Ik kijk naar de kale kozijnen, die nog geschilderd moeten worden, het hobbelige dak. Wat een boel werk nog.

 

 

Ik kijk naar de binnenruimte, de glanzende vloerluiken, de geschilderde wanden.. Hoewel het rust uitstraalt en steeds mooier wordt, kijk ik ernaar met weerzin. Het is genoeg geweest. Ik houd het voor gezien, ik scheid er mee uit voor vandaag.

 

 

Mijn nieuwe huisje doet het maar even zonder mij. Ik ga vandaag helemaal niks doen. Met dit besluit loop ik terug naar de oude wagen. Binnen is het nog steeds koud en ongezellig. De zon is nog ijl en heeft te weinig kracht om mijn huisje te verwarmen. Ik hurk bij de kachel en maak een luchtig stapeltje van kleine houtjes. Ondertussen denk ik na, over mijn experiment. Ik doe het nu lang genoeg om het effect te merken. Ik werk van negen tot vijf. Acht uur werk, merk ik verrast op. Dat is precies evenveel als anders, als ik van elf tot zeven werk! Maar er is een groot verschil.

Gewoonlijk neem ik als éérste anderhalf uur de tijd om mijn oefeningen te doen. Als ik dat doe dan word ik van top tot teen wakker en ben ik één en al oor en oog. Maar hoewel de lente deze week is losgebarsten, heb ik er nu maar weinig van gezien. En om vijf uur ben ik te moe om er nog van te genieten. Bovendien moet er water worden gehaald en eten gekookt en de kachel moet worden aangemaakt. Dan heb ik geen tijd meer voor verwondering. En anders kan ik zo genieten, terwijl ik toch evenveel werk! Hoe kan dat?

De vlammen likken langs het blanke hout. Ik doe er een paar grotere blokken bij en sluit het deurtje. Het vuur knappert en de dag strekt zich uit in zalige tijdloosheid. Ik laat me achterover op de bank vallen en merk hoe moe ik eigenlijk ben.

Ik dacht dat ik meer zou presteren door hard werken en vroeg beginnen. Maar het is niets dan een idee, een idee over hoe het hoort in onze prestatiegerichte maatschappij. Alsof ik dan een beter mens ben. Nou, echt niet! Ik sla spijkers krom, snij me in mijn duim en ik heb geen inspiratie. Het allerergste is de weerzin die ik kweek. Zeker voor een langdurig project is dat dodelijk. Niet alleen voor de kwaliteit van het werk, maar ook voor mijn energie en levensplezier. Ik weet het nu zeker. In het vervolg begin ik gewoon weer om elf uur met bouwen.

Leven is ritme, als een gestadig kloppend hart, als de golven van de zee op het strand. Het is mìjn eigenwijze ritme, dansend op mijn harteklop geniet ik van wat er is en komt er iets moois uit mijn handen. Alleen zò wil ik leven. Ach… ik wist het toch eigenlijk al, is er niet een hele oude wijsheid, die zegt dat hardlopers doodlopers zijn?

 

 

Allemaal mensen die om zeven uur opstaan en keihard werken. Dit is waar de politiek nog altijd over praat, want het moet nog altijd beter dan hoe het is. Maar er is een bodem in de pot. Weten ze niet, dat het aantal burn-outs onder jonge mensen drastisch toeneemt?

Een natuurlijk levensritme gaat met de seizoenen mee. In de winter zijn de dagen korter en hebben we minder energie. In de donkerste maanden werkte ik maar drie uur per dag aan de nieuwe wagen, aan een erg ingewikkeld stuk.  Verder vul ik mijn tijd met winteractiviteiten als schrijven en tekenen en filmpjes maken. Dat ritme verandert met het licht mee. Nu het lente is heb ik er plezier in om lekker door te gaan zolang het licht is.

In deze prestatiegerichte maatschappij presteer ik op mijn eigen manier. Zo’n mooie woonwagen had ik nooit kunnen bouwen in een baan van negen tot vijf. Ik wilde dat iedereen de vrijheid kreeg om langs  kleine, vriendelijke paden te gaan om zijn of haar eigen levensritme en kwaliteiten te ontdekken.

https://www.gezondheidsplein.nl/dossiers/burn-out-bij-kinderen-en-jongeren/item67965    (Ook twintigers en dertigers)

 

 

Mooi werk schept moed

.

wandafwerking-3

 

Ik ben in mijn nieuwe huisje aan het werk. De uren vliegen voorbij en ik ben goed op dreef. Gestadig ga ik voort, in alle rust en ongestoord. Het begint al een beetje schemerig te worden, maar ik wil graag afronden waar ik mee bezig ben.
Ik sta met een wandpaneel in mijn hand. Ik heb het zojuist op maat gezaagd. Het dunne triplex heeft aan de randen een paar bochten en inhammen, waar de dakbogen precies in passen. Ik schuif het paneel achter de paal langs, die de vloer met de middelste dakboog verbindt. Als ik een beetje buig, duw en schuif, kan ik hem mooi op zijn plek manoeuvreren. De paal heeft een paar handige plankjes, niet groot, je kan er net een flinke bloempot op zetten. Dat komt nu mooi van pas. Ik schuif de plaat achter de plankjes langs en ze houden hem mooi op zijn plek. Ik doe een stap achteruit en kijk tevreden glimlachend naar het resultaat. De stugge lap ongebleekt katoen, die de beddewand bekleedt, verdwijnt achter het zojuist geplaatste wanddeel. Het ziet er keurig afgewerkt uit.
En nu komt de kroon op dit stukje werk. Die ligt al een paar maanden klaar. Het is de strook van een bamboestengel, rechtstreeks van een biologische Nederlandse kwekerij gekocht. Nu mag hij zijn dienst bewijzen! Ik spring van het bordes af, mijn ene voet raakt kort het omgekeerde kistje, dat als trapje dient en dat al vele kleuren heeft gehad, omdat ik er steeds mijn kwast aan schoon strijk. Het gras is nat en wat modderig omdat ik steeds over hetzelfde stukje loop. Rustig loop ik verder, anders glijd ik nog uit met mijn klompen in de modder. Ik duik onder de wagen en pak de strook bamboe. Ik strijk over de binnenkant, met mijn vinger. Mijn vel is meteen vuil. Eerst maar even flink op schrobben.
Eenmaal schoon gepoetst, komt de goudgele kleur van de bamboe prachtig tot zijn recht. De driehoekige uitstekende delen zijn bijzonder om te zien. Dit zijn de delen die de segmenten van de plant van elkaar scheidt, die de plant zijn stevigheid geeft. Al met al is het een mooi ding. Ik loop er mee naar de hoek, waar het houten wandpaneel plaats maakt voor het ongebleekte katoen. De rafelige bovenkant van de lap is nog zichtbaar en erboven zie ik een smalle strook schapenwol uitpuilen. Daar begint de kromming van het dak, de essenhouten bogen houden als een ribbenkast de zachte massa vast van wol en stof, die erboven ligt. De stof vormt zich als een glooiend vel ritmisch naar het harde skelet dat ik ervoor gemaakt heb.
De bamboe sluit de rafelige, uitpuilende kier netjes af. De harde glimmende buitenkant heeft precies de juiste kromming en ik plaats hem tegen de houten spanten aan. De binnenkant van wat ooit een hoge groene stengel was, is nu zichtbaar. De driehoekige uitsteeksels van de segmenten kloppen perfect met het ritme van de dakspanten, alsof het ervoor gemaakt is. Nu vastmaken. Ik geniet ervan hoe snel dit gaat, na zoveel langdurige klussen. Twee gaatjes erin, touwtje er doorhalen en klaar is Kees.

Ik loop naar de deur om op een afstandje te kijken. Ineens is het een echte kamer, met een klassieke uitstraling. Ik heb er hard voor gewerkt en het is nog niet klaar. Maar te zien dat het zò bijzonder mooi wordt, dat schept moed om door te gaan. Doorgaan, tot het af is.

 

wandafwerking woonwagen geïnspireerd door yurt

.

 

PRAKTISCH VERHAALTJE OVER DE BOUW

Ik ben nu bezig met de inrichting. Daarvoor heb ik alles opgeschreven wat ik in mijn huis wil hebben en houden. Met de rolmaat ben ik al mijn bezittingen langs geweest. Wat past kan er in, wat niet past gaat weg. Daar ben ik inmiddels heel resoluut in geworden. Het is een korte overzichtelijke lijst geworden. De kastjes en bergplanken maak ik zò, dat de spullen er precies in passen. Ik maak laden en dienbladen op maat, de vensterbank eindigt als sokkenbak en erboven komt een smal laptopkastje aan de wand. Het is een flinke investering in tijd en het kost weer twee grote platen populierenhout, maar dan ben ik ook echt helemaal tevreden. Voor minder doe ik het niet.

werkboek-mijndingenlijst

Ik maak alle kastjes binnen van populierenhout. Dat is erg licht en werkt prettig. Het is wel iets duurder, maar omdat dit mijn enige echte huis wordt, heb ik het ervoor over.
Dat ik de wand bij het bed niet met panelen heb bedekt, maar van ademende stof heb gemaakt, is niet voor niks. Zeker als je met zijn tweeën bent wasem je een hoop vocht uit ’s nachts. De stof en de wol kan nu dat vocht absorberen en weer afgeven als de lucht droger wordt. Zo houd je de luchtvochtigheid in huis prettig en constant.

 

werkboek-inrichting beddehoek

 

Verder moet er aan de buitenkant ook nog veel gebeuren. Het dak is geweldig en doet wat het moet doen en lekt nergens. Maar van een afstandje zie je de spanten bovenop het dak door het rubber heen en het ziet er rommelig uit. Dus heb ik iets bedacht waardoor ik het mooi glad en gelijk kan maken en wat toch heel licht is. Dat wordt een bijzonder klusje en daar zal ik tegen die tijd verslag van doen. En ik moet nog verder met de gootafwerking en de raamluiken. Maar dat komt straks, in de zomer, tegelijk met de zonnepanelen en het aanleggen van de elektra.

Tot slot wil ik nog even een mededeling doen. Het kan dat sommige lezers nieuwsgierig worden en graag eens zouden komen kijken en kletsen. Ik houd van nieuwsgierige mensen met een open blik, maar op dit moment komt uitgebreid bezoek niet uit, ik heb concentratie nodig. Natuurlijk kan je hier altijd een tentje op komen zetten om te genieten van de rust. De camping is geopend. Je kan een kop koffie bij me drinken in de ochtend of aan het einde van mijn werkdag. Maar als mijn huisje af is, dan maak ik echt tijd voor de inwijding. Dan mag iedereen komen kijken.