Een huis dat zweten kan

.

.

Steeds meer begin ik te beseffen dat een klein huis leeft. Het is als een tweede huid, die aandacht nodig heeft en waar je af en toe even in alle hoeken en gaten komt, om te poetsen, te boenen en te smeren, net als een ouderwetse scheepsmotor. Het kleine huis wil gekend worden! Dat is een reden dat ik heel blij ben dat ik mijn mobiele stulp zelf heb gebouwd. Ik ken het als mijn eigen lichaam.

Het is één uur in de nacht. De kachel is al uitgegaan. Ik lig in bed, het schapenwollen dekbed hoog opgetrokken om mijn schouders en mijn hoofd goed ingepakt in een sjaal. De wagen schudt heen en weer door harde wind en regen plenst op het dak. Ik zie het zo voor me. Het dak ziet er weer net zo hobbelig uit, als voor ik de buigtriplex ertussen legde. De platen zorgden ervoor dat het dak er netjes uit zag. Maar onder die schone schijn voltrok zich een kleine ramp. Wat ben ik blij dat ik het op tijd ontdekte…  De constructie zelf was nog helemaal onaangetast!

Ik wilde geen dag langer wachten. De schimmel die ik in de dakplaten had ontdekt moest meteen verwijderd worden. Niet met smerig chemisch spul, nee ik zou drastisch te werk gaan en alle platen vervangen. Het was heerlijk windstil vriesweer, perfect voor de klus. Ik genoot van de heldere winterzon en hoopte dat het nog een tijdje zou aanhouden. Na twee dagen peuteren hing het dakzeil weer los naar beneden, als een slappe huid die los aan  een ruggengraat hangt, over alle ribben heen. Ik heb het rondom vastgebonden met een touw. Het leek nogal overdreven, met dit windstille weer.

En nu lig ik in bed en luister naar de wind. Wat ben ik blij dat ik het dringende deel van de klus klaar heb, en dat ik het zeil  zo goed heb vastgeknoopt. Want o, wat waait het! Zit het echt wel vast genoeg? Ik maak me zorgen om dat ene hoekje, waar het zeil wat aan de korte kant is. Ik draai me onrustig om op mijn andere zij, maar ik sta niet op om te kijken. Ik zie het wel, morgen. Om twee uur gaat de wind liggen, en val ik in een diepe slaap.

.

Dakzeil dat los in de goot hangt

.

De volgende ochtend wordt ik uitgerust wakker. Door het venster van mijn voordeur zie ik regenwolken voorbij jagen en tegelijkertijd schijnt de zon. Mijn huisje is flink afgekoeld en ik loop naar de kachel om hem aan te steken. De kachel staat in de hoek, pal onder de kritieke plek waar ik vannacht aan dacht. De vensterbank er naast is nat. Dus toch! Ik veeg het droog en doe mijn terreinlaarzen aan en ga naar buiten. Ik klim op de steiger en zie dat het zeil in de hoek niet goed zat vastgeklemd. Het heeft gewapperd en er onder is het een beetje nat. Ik trek kleine stukken natte wol er uit en leg het zeil weer terug. Dit keer zet ik het zo vast dat het geen kant meer op kan. Ik leg de wol te drogen bij de kachel en zet het plafond op de ventileerstand.

.

Plafond in de ventilatiestand, even een ribje losmaken

.

Wonen in een klein huis is een uitdaging. Hoe kleiner het huis, hoe groter de mogelijke problemen in de vochthuishouding. De warme vochtige lucht stijgt omhoog. Bij mij gaat het dwars door de wol heen en vindt het koude vlak van het dak. Vooral boven het bed is het erg. We bestaan immers voor 80 % uit vocht en wasemen in alle rust een hoop uit. Waar gaat dat allemaal heen? Ik ben blij dat ik het dak zo heb gemaakt, dat ik overal bij kan.

.

Zo erg was het

.

Nu is de vraag, hoe los ik dit probleem op. Ik heb een plan en hoop dat het werkt. Misschien heb ik straks een huis dat zweten kan. En weet je? Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg dat ik weer iets heb om mijn tanden in te zetten…

.

Op poreuze vlakken plant de schimmel zich snel voort

 

.

WERKGESCHIEDENIS
Wat deed ik om het vocht kwijt te raken?

Ik ontwierp een huis met zo min mogelijk koudebruggen. Ik maakte ventilatiegaten onder in de muur en onder de vloerspanten en uitneembare drempels. Ik koos voor ademende isolatie, zelfs in de deuren zit het. Verder maakte een dampkap in het midden van het dak met aan weerszijden een kier, waar de condens weg kon. Boven de isolatie, pal achter de goot kwam ook zo’n kier. Maar de dakplaten, die ik pas later toevoegde, lagen er onbehandeld én poreus op en zonder folie. Dan werkt die mooie kier dus niet. Het nieuwe materiaal ga ik eerst grondig behandelen.

Het kastje onder het bed ruikt niet muf en is goed gelukt. De vloer is warm en droog. De ramen lekken niet en de drempel laat niets door. Het is snel warm, door kachel en door zonnewarmte door de ramen. Het dak is waterdicht. Ik ben tevreden over mijn ontwerp. Nu verder.

HET VOORBEHANDELEN EN CONSERVEREN VAN DE PLATEN                                                                    Ik verwijder alle schimmelresten op het EPDM grondig met soda en daarna met azijn. Zelfs al zie ik niks meer, liever een keer teveel gepoetst dan te weinig. De nieuwe dakplaten impregneer ik met hele dunne olie, die er diep intrekt. Dat doe ik twee keer. Dan volgt een dikkere perkoleumlaag, die ik meng met de dunne olie. Dan komt een tweede onverdunde perkoleumlaag, die er meer bovenop blijft liggen. Daarna schuur ik het. Vervolgens kan er hoogglans verf op, op lijnoliebasis. Als de verf goed hard is ontvet ik het, schuur het nog een keer en smeer er een laag dunne contactlijm op. Uiteindelijk komt op speciaal uitgekozen plekken een laag dampkerende folie.

.

.

HET WERKPLAN VAN HET ZWEETSYSTEEM
In het uiterste midden zorgt de dampkap ervoor dat ik mijn vochtige lucht kwijt raak. Naast het midden, voor het dak naar beneden afbuigt, komt dampkerende folie tegen het behandelde hout en ook onder de wol, achter de plafondbekleding. Verder opzij, aan de schuine zijkanten van het dak, plak ik geen folie maar EPDM tegen het dak en verder niks dan de doorlaatbare wol.
Ik hoop dat de vochtige lucht condenseert tegen het koude oppervlak van de schuin aflopende zijkant. Ik laat de EPDM als een uitstekende lap door de kier steken, die onder de goot zit. Ik hoop dat de gecondenseerde damp in druppels zijn weg naar buiten zal vinden. Op die manier werkt een luchtontvochtiger ook!

Dat wordt een mooie klus. Maar zover is het nog niet. Ik wacht tot de eerste warme lentedagen, zodat alles goed droog is. En ondertussen heb ik alle tijd om alles voor te bereiden!

.

De zweetkier onder de goot

.

 

Van binnen, essenhouten boog met stuivers als uitvulling

.

Boog van buiten, in de zweetkier (moet ook in de olie.)

.

.

 

Advertenties

Schrikken voor het slapen gaan

.

.

Door vermoeienis dwaal je af van het pad, dat je zelf hebt gebaand, dat je zelf met zoveel hersenbrekens tot perfectie had gebracht. Vergeten liggen gevallen steken, verborgen voor het oog. (Alowieke)

De hemel is gesluierd met een donker wolkendek. Gisteren kwam de zon er door heen, een verrassing na dagenlang mist en de regen. Maar vandaag is hij weer weg. En het is al januari geweest! Ik weet dat het klimaat verandert. Toch verrast het me op onprettige wijze. Dat de herfstige buien maar blijven vallen, dat de nevels maar blijven komen, het verandert de wereld. Ook mijn huis lijdt er onder en zulke dingen ontdek je nou net op de meest ongelegen momenten.

Ik heb mijn pyjama aan gedaan. Op het bed ligt een extra deken, want het wordt koud vannacht. Ik kijk op de wekker. Het is nog maar kwart over tien, ik ga vroeg mijn nest in, want Dick en ik gaan er op uit, dit weekend. Als ik mijn pantoffels uit doe, zie ik iets.
Het is een vochtvlek op het witte doek van het plafond. Een klein vlekje maar, maar het zat er eerst niet en dat is raar. Heeft het gelekt?
Ik vouw de stof opzij en trek de dikke isolatie weg. De grijze schapenwol voelt vochtig aan de bovenkant. Ik weet dat daar een kleine lek zit, maar daar heb ik tijdelijk een theedoek tussen gepropt. Het lek is zo klein, dat ik het alleen bij hoosbuien in de gaten moest houden. Ik had gedacht het op de eerste lentedag piekfijn in orde te maken. Maar wat nu? Ik trek de isolatie verder weg en schrik. Het buigtriplex is zwart van de schimmel. Zou het hele plafond er zo uit zien, al die tijd verborgen voor het oog? O dat dak, waar al zoveel uren in hebben gezeten!

Het is een warme dag in de nazomer. Ik sjouw met  grote buigzame platen, die moeten straks het dak op. Ik smeer een heel blik lijm op de randen, tegen inkruipend vocht. Het is mooie dunne lijm en het gaat snel. Terwijl ik ermee bezig ben, komt de buurman kijken, een loodgieter. Hij is ook nog psycholoog en ik kan altijd heerlijk met hem filosoferen.
Hij kijkt hoe ik de soepele kwast in de lijm doop. “Ga je de rest van de plaat nog behandelen?” vraagt hij me. Ik kijk hem aan. “Nee. Ik ben doodmoe. Het moet nu maar eens af zijn.” Hij kijkt bezorgd naar het hout. “Ach ja, vervangen kan altijd nog.”

En nu staar ik naar mijn plafond en denk aan hem, ik zie die bezorgde blik nog glashelder voor me. Ik ben net wakker na een paar uur slaap. Ik heb een hoop uitgezocht en opgeschreven. Piekeren ‘s nachts is soms heel functioneel. De zwarte schimmel heet stachybotrys en is schadelijk voor de gezondheid. Als de toestand al te bar is ga ik het nodige vervangen.
Na een flinke kom havermout voel ik mij bestand tegen elke tegenslag. Rustig haal ik adem en besluit te blijven glimlachen, terwijl ik het doek wegtrek. Langzaam onthul ik een kleine ramp. Het zit er letterlijk ònder, allemaal zwarte en witte schimmel. Er hangen druppels aan het poreuze houten dak. De druppels moeten rollen, zoals op de werktekening, rollen langs spiegelglad oppervlak, door de speciaal ontworpen kier naar buiten.

Ik weet wat ik te doen heb. Steiger plaatsen, dakbedekking lostrekken, de platen ertussen uit halen. Ik zal de nieuwe bestellen en op maat zagen, ze conserveren met goeie harde hoogglansverf. Ik plak gladde folie tegen het plafond boven de wol, dan is de afwatering van condens goed geregeld. Daarna controleer ik een paar weken of het werkt. Is het okee, dan plak ik de dakbedekking weer vast, met een nieuwe pot rubberlijm en maak alles weer netjes.

Het komt goed. Maar ach, eerst maar eens  goed slapen.

 

.

Eindejaarsfilm

.

Vlak voor het nieuwe jaar begint, wil ik iets bijzonders presenteren. Geen blog, geen tekening, geen gedicht, geen korte video, maar een film, dè film!

In deze tijd worden oude dingen worden afgerond. We nemen afscheid van een jaar met spijt of met voldoening, of alles tegelijk. Voor mij waren deze donkere dagen ideaal om het  nog een tweede keer te beleven, in een flitsende samenvatting. Ik maakte een film van de bouw van mijn “wooncocon”. Al het beeldmateriaal, meer dan drie jaar bouwen, heb ik gerangschikt. Ik heb er een verhaal van gemaakt, dat hopelijk niet alleen goed te volgen is, maar ook prachtige sfeerbeelden geeft.

Ik kon mijn droom waarmaken op deze minicamping in Brabant, waar ik heel dankbaar voor ben. Alle omstandigheden waren perfect voor deze film. De verstilde beelden in de winter zijn adembenemend en in de lente hoor je slechts het gekwinkeleer van de vogels. Je kan hier werken met een ideale concentratie zonder stoorzenders. Ik heb het hele proces consequent vastgelegd. Niet alleen met mijn huisje, maar ook over de film ben ik  helemaal tevreden.

Ik hoop dat dit verhaal zijn weg vindt en dat het nog menig enthousiaste bouwer inspiratie biedt. Of laat het er zijn, gewoon als verhaal, om naar te kijken en van te genieten.

Ik wens jullie veel kijkplezier en alle mogelijkheden om je dromen waar te maken en van dat proces te genieten. Een vitaal 2018!

.

.

Het laatste idee is om mijn wooncocon in een kas te zetten van 40 – 50 M2. Dan heb ik daarin mijn buitenkeuken en composttoilet, kruiden, druiven, tomaten, komkommers en de kleine stekken voor ze de koude (klei)grond in kunnen. Later meer daarover.

.

.

Huisje in de sneeuw

.

.

Het is snijdend koud en het sneeuwt al urenlang. Er staat een keiharde oostenwind. De vlokken waaien horizontaal tegen mijn voordeur. Die bestaat uit vier kleinere deurtjes. Ik heb ze met veel zorg precies passend gemaakt. Dat duurde lang. De naden heb ik bedekt met afwerklatten. Mooi werk, vond ik, de wind kon er vast niet doorheen. Dat dacht ik. Maar mooi niet. Vandaag waait de wind medogeloos. Het is een robuuste jongen. Hij laat zich door niets weerhouden en geen kiertje is te klein. Ik kijk er naar en voel de tocht langs mijn handen. Ik weet maar één oplossing, dichtplakken.

En nu is alles dicht. De tocht is weg. Ik kan er niet meer door. Ik ben waar ik ben. Ik heb het bed niet opgeruimd en omgetoverd tot zithoek, zoals anders. Ik heb het bed het bed gelaten en dat is nu mijn leefhol. Ik schrijf, bewerk mijn foto’s. Af en toe sta ik op en kijk naar de vogels. Het zijn er een heleboel. Ze eten van vetbollen en zaad. Zelfs als het stormt.

.

.

Ik kan nog wèl door de achterdeur. Zo fijn dat ik die heb! Er zitten òòk vier deurtjes, net als voor. De bovenste twee zitten bij mijn bed. Als ik de twee deurtjes open doe, waait er geen koude wind naar binnen. De achterdeur zit nu in de luwte. Dat scheelt! Ik glimlach tevreden. Vanuit het bed klauter ik op mijn sokken naar beneden, de buitenkeuken in. Daar staan mijn klompen. Ze voelen koud aan mijn voeten. Zo kan ik het netjes doen, zonder het bed vies te maken. Het is een hele organisatie, om alles via deze omweg te doen. Water halen, kaas uit de keuken meenemen, schillen naar buiten gooien, plasflessen legen, hout voor de kachel naar binnen sjouwen, de asla van de kachel legen. O ja, ook nog mijn composttoilet, dat moet ook nog naar buiten. Ik ben er zowat twee uur zoet mee.

.

.

Als ik klaar ben voel ik me zo voldaan, dat ik er de hele dag tevreden over ben. Het uitzicht is adembenemend. Een rukwind waait de sneeuw van de takken. De wind rukt aan de dichtgeplakte voordeur en ik hoor het plakband knisperen. Toch blijft alles op zijn plek. Dan is het weer stil. En onmiddellijk zijn daar de vogels weer. De krulwilg, nog niet eens al zijn blaadjes kwijt, is één groot fladderballet van vleugels en wappersneeuw.

.

.

Ik geniet met volle teugen. Dit uitzicht is uniek. Straks is het er niet meer. Ik wil een tuinkas om mijn wagen hebben. Dan hoef ik de voordeur niet meer dicht te plakken. Dan kan ik gewoon naar buiten stappen, midden in de ergste sneeuwstorm, om iets buiten mijn wagen te doen. Superhandig, zo’n tuinkas. In de lente kan mijn huis eruit en kunnen de plantjes erin.

.

.

Als ik zo beschermd sta, dan is het ruige romantiek er wel een beetje af. Dan wiebelt mijn huis niet meer bij rukwinden, dan heb ik de mezen niet meer in mijn keuken. Geen pimpelmees die er nog schuilt, in een achteloos opgehangen broodzak, pal achter het raam. Dan zijn er weer andere dingen om naar te kijken.
Dus ik geniet van hoe het is. Elk moment opnieuw.

.

.

 

Dit is speciaal voor Herma van radio 4, die gezorgd heeft voor zoveel kristalheldere muziekmomenten en die nu weggaat.

.

 

.

 

Straks is het heel gewoon

.

Lekker hangen aan een oersterk dak. Het zit tjokvol schapenwol, het is warm en nog geventileerd ook. Met zo’n dak blijf ik gezond en lenig als een aap, al word ik honderd. Hoe de wereld er ook uit ziet in 2065, ik ga er voor.

.

De telefoon gaat. “Hallo met Hanna, ik ben student journalistiek. We hebben elkaar ontmoet in Tilburg op het perron en u vertelde over uw manier van leven en dat u zelf uw huis bouwde. Nu moet ik iemand interviewen die controversieel is. Ik dacht meteen aan u.”
Ik zeg haar dat ze welkom is en we maken een afspraak.

Later denk ik na over het woord “controversieel” Waarom is mijn manier van leven controversieel? Wekt het tegenspraak op? Het is meestal het tegenovergestelde. Ik kom veel vaker mensen tegen die er ook van dromen, maar het niet doen, dan mensen die er wat op tegen hebben.
Ik denk veel na over alle goede invloed die mijn manier van leven heeft op de omgeving. Ik gebruik weinig energie, ik heb weinig nodig en kan daardoor veel aandacht besteden aan mijn omgeving. Daarom tuinier ik veel, ik composteer alles wat er binnenkomt. Ik maak de grond rijker, de wereld mooier en waar ik ben wemelt het al gauw van de bloemen, hommels, vlinders en vogels. Als het moet, kan ik makkelijk verhuizen naar een plek waar ik nodig ben.
In deze tijd van klimaatverandering, ernstige bedreiging van de diversiteit en grondstoffen die op beginnen te raken, zou deze manier van wonen omarmd moeten worden. We moeten drastisch anders gaan leven, willen we het redden.
Inmiddels is ook duidelijk dat Antartica veel en veel sneller afsmelt dan gedacht en dat de zeespiegel aan het einde van de eeuw niet slechts een enkele meter, maar een aantal meters gestegen is.
Ik ben er niet bang voor. Ik denk ook niet, dat maak ik toch niet meer mee. Ergens is het in mijn bewustzijn, dat dit al in mijn leven kan gebeuren. En dan is het goed om mobiel te zijn, en zelfvoorzienend. Dan is het handig om je te kunnen redden met de gereedschappen die je hebt en het goed te kunnen vinden met de mensen om je heen.
Regels worden steeds strakker. Het zou juist andersom moeten. Om ons aan te kunnen passen aan de snel veranderende wereld, zou er meer ruimte moeten komen om te experimenteren met andere woonvormen. Zoals ik het op mijn manier doe. Als je ruimte krijgt om te spelen, dan merk je wat je ècht kan. Zelfvertrouwen groeit en je weet dat je je ook in moeilijke situaties kan redden.

Spelen maakt dat
enge dingen
zich gaan ontpoppen
tot uitdagingen

Hoe meer mensen de sprong maken, hoe meer er zullen volgen. Een leven zoals het mijne? Straks is het heel gewoon. Dat hoop ik zò!

.

In dit spannende filmpje van 10 minuten kun je het hele verhaal volgen. Als je meer wilt weten over details van hoe ik het gedaan heb, bekijk de andere video’s of kom langs!

.

.

.

Lang leve de bezielde pionier

Met aan het slot nieuws over een leuke ontwikkeling.

 

.

                                                                     De bezielde pionier

 

Een groepje mensen klopt aan bij de gemeente. Ze zijn geïnspireerd om het anders te doen en willen leven op kleine voet: Wonen in hun eigen Tiny House. Zo goed mogelijk leggen ze uit wat de bedoeling is. Dan horen ze dit: “We willen een heel strak beeld van wat een Tiny House is, voor we met jullie in zee gaan.” Ze zullen niet de eersten zijn, die hun tanden stuk bijten op zo’n eis.

.

Het is ochtend. Ik heb net mijn oefeningen gedaan en sta fris en helder achter mijn laptop. Ik kijk naar mijn berichten, gooi de helft er ongezien uit en vind een uitnodiging van een vriendin. “Ga je mee naar de open dag van een Tiny Houseproject?” Ik kijk ernaar en zie dat het in de buurt van Den Haag is. Vorige week begon er ook al iemand over. Misschien moet ik er toch maar eens naar toe. Ik weet dat er een plek vrij is en je weet maar nooit hoe een balletje rolt.

Ik schrijf een korte brief. Ik ben geïnteresseerd in de mogelijkheid om aan te schuiven. Kan het nog? Ik plaats er een mooie foto bij van mijn huisje.

Het antwoord komt snel. “Nee, we hebben al een gegadigde en bovendien zoeken we een ander soort Tiny House. Warme groet.” Verbouwereerd staar ik in de verte. Het is nu de tweede keer dat ik zoiets hoor. De warme groet helpt maar weinig aan het feit dat ik me in de kou gezet voel. Wat krijgen we nou, ik heb een paar maal het gedachtegoed van het kleine wonen vertegenwoordigd, met volle overtuiging. En nu krijg ik deze afwijzing. Ik vraag me af waarom.
Is wat ik maak te kleurrijk, te authentiek? Daar ben ik dan mooi klaar mee. Ik wil niet worden weggezet aan de rand van de samenleving, als een veel te unieke paradijsvogel. Ik wil er middenin staan. Ik wil dat nog veel meer mensen dit kunnen doen. Een rijk en veelzijdig pallet van bedrijvige enthousiastelingen, dat wil ik zien. Ik meende dat ik met mensen te maken had die hetzelfde dachten. Blijkbaar is dat niet zo.
Is er zoveel verschil tussen hen en mij? Ik gebruik dezelfde eco-materialen. Ook ik heb een dikke laag isolatie van schapenwol, zonnepanelen, een lithium-ion accu en een infraroodpaneel voor kille zomerdagen. En straks komt er een grote opvouwbare zak onder mijn huisje voor opvang van regenwater. Ik kan het zuiveren tot drinkwater met een nanofilter. Ik kijk, ik onderzoek en vertel er over, zodat anderen er ook wat aan hebben.
Met al die dingen zijn ook deze Tiny House bewoners bezig. En toch mag ik hier kennelijk niet meedoen, niet onder deze, steeds populairder wordende naam.

.

Elke creatieve vernieuwing die de maatschappij omarmt, wordt in regels vertaald. Gemeentes en instanties willen wel meedoen, als ze ermee kunnen scoren. Steeds meer wordt gezocht naar wegen voor een groen imago. De omarming van die nieuwe ontwikkelingen gaat vaak gepaard met controledrift. Er moeten wèl scherpe voorwaarden zijn! De eerste emotie is angst, angst voor excessen. “We willen een heel strak beeld van wat een Tiny House is, voor we met jullie in zee gaan.” Goed bedoelende pioniers zullen op deze eis hun tanden kapot gebeten hebben. Mensen worden uitgekozen of buitengesloten. Het eenvormig korset perst de ziel eruit. Stukje bij beetje kwijnt de creativiteit en hapert de hartslag. Het zal niet de eerste keer zijn dat dit gebeurt. Wanneer er grotere belangen in het spel komen, verandert alles.

.

Ik schrijf een bericht naar een vriendin. Ze is een hartelijke vrouw die met volharding en geduld veel voor elkaar krijgt. Bij haar zal ik open oor vinden. Ze is al jaren bezig een nomadendorp voor elkaar te krijgen, in Friesland. Ze blijft scherp haar Poolster in de gaten houden, het vrijheidsideaal wat ze vóór zich ziet. Een wereld waarin creativiteit juist wordt omarmd en beloond, in plaats van ingepakt en weggezet. “Hoe is het met je dorp, komt het er nog? Ik zou er bijna gaan wonen, als het er was. Je bent een echte vrijdenker Irma! Dat mag ik aan je.” Dat schrijf ik haar.

“Dank voor je compliment!” schrijft ze terug. “Ons project is bijna helemaal rond: Frijlân. We zijn een groep vrouwen die creativiteit, zelfredzaamheid en samenwerking willen. We hebben elkaar hierin gevonden. Wat je beschrijft ervaar ik ook zo. De grotere partijen gaan aan de haal met wat we eigenlijk in essentie zoeken en willen: kleinschalig wonen met een minimum voetafdruk. En niet grondgebonden. Jij bent voor mij juist iemand waar we heel veel behoefte aan hebben om te laten zien. Je bent voor ons een inspirerende persoon die meer dan welkom is! Je vertegenwoordigt waar wij voor staan. Je bent dus van harte welkom om langs te rijden en wie weet… Glimlachend lees ik haar woorden. Heerlijk. Na de koude douche van zojuist, is dit een warm bad. Kon het altijd maar zo zijn…

.

Hoe kan ik met mijn werk meehelpen aan een veelkleurige, menselijke wereld? Ik denk er de rest van de dag aan en de hele nacht daarna. Na twee uurtjes slaap kom ik tot een eenvoudige conclusie. Ik maak wat ik maak. Wie het ziet, ziet het. Het zal hoe dan ook zijn werk doen.
Ik denk ook na over de afwijzingen die ik kreeg. We hebben allemaal te maken met de gevestigde orde en regels. De keuzes die we maken zijn lang niet altijd de onze. Hoe lang houd je het vol op jouw eigenwijze weg? Ik hoop dat mijn blog daarin een stimulans kan zijn. Tegelijkertijd ben ik een generator. Ik hoop door wie ik ben en wat ik schrijf, energie te kunnen geven aan wie het nodig heeft, op zijn of haar unieke weg.
Sommige mensen hebben als pionier een zware taak gekozen. Juist hèn draag ik nu een warm hart toe en ik ondersteun ze graag met dit verhaal.

Eén zo’n pionier is Jos de Blok van Buurtzorg. Waar hij zijn schouders onder gezet heeft in zijn eentje, dat is ongelooflijk. In dit interview van Tegenlicht kun je hem zien en horen. “Zorgeloos leven volgens Jos de Blok”, zo heet het.

 

Bekijk de uitzending

.

NIEUWS

Ik heb de eerste prijs gewonnen met een fotowedstrijd van Milieudefensie. Het thema was “Eerlijk omkeren”. Het is een foto van mezelf in mijn mini-huis. Ik noemde deze afbeelding:  “Mijn heerlijke wooncocon.” De foto, inclusief vijf begeleidende volzinnen, komt in het tijdschrift “Actief” in december. Als het zover is laat ik het zien.

 

Lees hier over de wedstrijd

.

.

PS Naar aanleiding van dit blog sprak ik met Frieda Bakker, die veel actief is met Tiny Houses in Amerika. Zij vertelde dat hier een zelfde soort ontwikkeling plaatsvond, met aanvankelijke verstrakking in norm en vorm. Het is verheugend om te horen dat ze daar ook weer zijn uitgegroeid. Het is een logische ontwikkeling. In elk begin worden de contracten getekend en de regels vastgesteld en moet het vertrouwen groeien. Als dat er is, komt er steeds meer ruimte voor flexibiliteit en keert de creativiteit terug. Zou dat hier nu ook gaan gebeuren? Nederland is Amerika niet. Maar toch…

.

.

Het ontwerpen van de buitenkeuken

.

.De woonwagen met markies en buitenkeuken, zoals het nu is.

 

Het is avond. Buiten schijnen de sterren helder in een zwarte lucht. Die kun je hier goed zien. Maar ik zie ze niet. Ik ben binnen. De luiken zijn dicht en houden de warmte goed binnen. De kachel brandt zachtjes.
Het is al bijna tijd om naar bed te gaan. Maar ik ben nog klaarwakker. Ik vraag me af wat ik ga doen. Blijf ik hier nog een poos op deze camping, of ga ik weg? Ik denk aan mijn rugzak, mijn hangmat, mijn winterjas en mijn elektrische kettingzaag. Ik heb al zoveel keren opgeruimd en dingen weggedaan, dat ik haarscherp voor me zie, wat ik nog wèl heb. En ik weet, het kan er niet in. Ik kan niet alles kwijt in mijn “kelderkast”. Bovendien is het niet handig om daar alles in te stoppen. De helft van die ruimte is bedoeld voor dingen die ik niet vaak nodig heb.

Ik moet nòg meer dingen weg doen, dat is het eerste wat er door me heen gaat. Als het moet, dan moet het. Met spijt denk ik aan mijn overgebleven gereedschappen, waarmee ik deze wagen heb gebouwd. Ik besef dat ik op de bodem ben gekomen. Ik heb weggedaan wat ik niet nodig heb, maar zonder gereedschappen ben ik onthand.
Ik wil nog verschillende dingen. Er moet dus extra bergruimte komen. Ik wil ook een betere keuken. Er komt een transparant zeil, zodat je er droog en uit de wind kan zitten. En ik wil een keukentafel. De ideeën rijgen zich aan één. Ik kan de keukentafel zò maken dat het tegelijkertijd een compacte en toegankelijke berging is. Het zeil hangt eroverheen. Bij een verhuizing tillen we de kar gewoon naar binnen. Ik zie het allemaal voor me, zo helder dat ik niet kan slapen. Maar dat geeft niet. Ik ben blij. Want ik weet wat ik ga doen.

De volgende dag ben ik aan het tekenen. Uur na uur gaat  voorbij, terwijl mijn zonnige vensterbank vol potloden ligt en op de lessenaar ligt mijn tekenvel. De ene na de andere tekening vormt zich en mijn linker en rechterhersenhelft communiceren druk met elkaar. Tijdens het tekenen zie ik steeds meer mogelijkheden. Dit wordt een multifunctionele keukenkar!

 

 

 

De keukenkar moet een eenheid vormen met de woonwagen. Het transparante zeil wordt afgewerkt met randen, drukknopen en ogen. Het hangt over de keukenkar heen. Er zijn twee vleugels waarop het zeil kan worden bevestigd. Die zitten vast met een pianoscharnier. Ze kunnen inklappen.

.

 

Aan weerszijden van de keukenkar zitten grote laden. Ik heb ze gedecoreerd met dunne triplex, zodat er een reliëf ontstaat. In het midden is ruimte voor een aanrechtkastje en een ondiepe kast waar schoonmaakspullen in staan. De kar is verplaatsbaar. Er zitten aan de ene kant wieltjes onder en aan de andere kant pootjes. Zo kan je ermee rijden als met een kruiwagen. De vleugels staan nu omhoog. Ze zijn bespannen met het transparante, UV bestendige zeil.

.

 

Middenin de kar zit een gat. Er zit een dop op het gat, die kan je eruit trekken. Daar zet je dan een parasol in, of een vissersplu. Je kan de kar in de zomer verder van de wagen afzetten, zodat er meer ruimte omheen komt.

.

 

Tijdens het tekenen merk ik dat ik ronde vleugels mooier vind dan strakke, rechte. Ik vraag me af of ik een vissersplu mooier vind.

.

 

Al gauw kom ik op een nieuw idee. Die vissersplu wordt hem niet. Ik kan maken dat de vleugels uitgeklapt kunnen worden. De tafel wordt zo hartstikke groot. Er kunnen wel tien mensen aan zitten. Dan is zo’n vissersparaplu te klein. De zijstukken zitten vast met een pianoscharnier en worden ondersteund door de deurtjes. Er is een hoogteverschil, de bovenkant van de deurtjes is zes centimeter lager. Daarom maak ik een dikke plank met inkepingen. Die kun je dwars over de deurtjes heen leggen. De tafel wordt daardoor tegelijkertijd beter ondersteund. De deurtjes worden aan de onderkant op hun plek gehouden met pennen in de grond.

.

 

Dit is de lijst met materialen. Het is een heel denkwerk. Elke keer als ik er een functie bij bedenk en de kar nóg meer mogelijkheden geef, verandert alles weer. Toch is het volgens mij gelukt om een overzicht te maken.

Een duidelijke overzichtslijst scheelt enorm. Ik kan de stukken plaatmateriaal al in de winkel op maat laten zagen. Dat kost maar 50 ct per zaagsnede, dus voor 5,50 heb ik al wat werk uit handen gegeven èn ik kan het makkelijk meenemen op de fiets. Heel fijn dat zij voor mij een kant en klaar pakketje kunnen maken. Maar daarmee ben ik nog niet klaar. Er gaat altijd meer tijd in zitten dan je denkt.

En straks! Ik fantaseer al hoe ik in mijn keuken één pansgerechten kan maken, maaltijden met wilde planten er in en zelf verbouwde groenten. Eén voor één kunnen mensen aanschuiven aan de grote tafel. Wat een mogelijkheden… Bovendien passen de keukenkar, mijn fiets en het fornuis precies in de ruimte van mijn wagen. Verhuizen is geen probleem. Ik hoop dat ik in de lente klaar ben. Maar dat weet je nooit. Dus eerst maar genieten van dit mooie, nieuwe project.

.

.

De eigenwijsheid van taaie tachtigers

.

.

Ik heb familiebezoek. Mijn vader is gekomen, met één van mijn drie broers. Mijn vader is acht-en-tachtig. Meestal rijden mensen op die leeftijd met hun kinderen mee, maar voor hem geldt dat niet. Hij is een rondje aan het doen, met de auto. Eerst naar zijn ene zus in Sleeuwijk, dan met zijn zoon uit Tilburg naar zijn dochter in Haghorst en als laatste naar zijn andere zus in Nijmegen. Na een lange dag en volgestopt met koek en thee, rijdt hij terug naar zijn huis in Emmeloord.
Nu is hij hier. Het is een flitsbezoek.

“Het is mooi weer,” zeg ik “Zal ik thee zetten? Dan gaan we buiten zitten.” Dat vinden ze een goed idee. “Maar ik wil toch ècht eerst je wagen zien.” Mijn vader taalt niet naar thee, eerst dit! Nieuwsgierig stapt hij via het veilingkistje het bordes op. Hij probeert de dikke deuren open te duwen maar het lukt niet. “Aan de ene deur trekken, tegen de andere duwen,” leg ik uit. Het lukt. Misschien toch eens een schuifje opzetten, denk ik nog even. Dan hoef ik het niet steeds te zeggen…

Binnen gekomen ziet hij als eerste de kachel staan. “Heee! Staat er op die kachel, Je brule tout ’l hiver??” Ik knik bevestigend en kijk naar zijn verbaasde gezicht. “Dat stond vroeger ook op onze kachels!” Het is alsof hij plotseling met één voet in een tijdgat is gestapt en nu met de snelheid van het licht wordt terug getrokken naar een andere ruimte. Een plek die ik niet ken. Een ander leven in de tijd dat hij nog een jongen was en gefascineerd op zijn knieën de letters ontcijferde, die er op het metalen plaatje stonden.
De herinnering vervaagt, ik zie zijn blik terugkeren naar het hier en nu. Er is nog veel meer te zien. “Is dit de bank?” vraagt hij. Het is een beetje hoog voor een kleine oude pa als de mijne. Maar voor ik heb kunnen zeggen dat het inderdaad de bank is, springt hij licht en lenig met een sprong omhoog. “Dat zit lekker,” lacht hij triomfantelijk.
“Hier kun je ook zitten.” Ik pak de plank die langs de wand staat en laat zien hoe je hem overdwars in de wagen kan plaatsen, zodat het een laag bankje wordt. Hij kijkt rustig toe. “Ooo.. Dat is voor mensen die dit niet meer kunnen,” zegt hij. Tevreden wiebelt hij met zijn benen en gaat uitgebreid rond zitten kijken.

Je kunt je afvragen, hoe kan je met het klimmen van de jaren toch zo jong blijven? Behalve mijn vader, heb ik in mijn leven nog twee supertachtigers gekend. Eens werkte ik in een biologische winkel. Er was een lange, kaarsrechte man die regelmatig kwam. Hij was zelfs geen tachtiger meer, hij was al twee-en-negentig! Hij liep vijfhonderd kilometer per maand, al jàren.
Later hielp ik in de huishouding bij een oude intelligente dame. Ze heette Lenie, maar ik noemde haar keurig mevrouw Mossel. Ze deed elke dag oefeningen en liep ik weet niet hoe vaak de trap op en neer.
Zo doe ik het ook. Dat heb ik al lang geleden met mezelf afgesproken. Ik wist het al toen ik twaalf was. Ik wil bokje springen op mijn tachtigste, aan de ringen hangen als ik negentig ben. En als ik honderd ben slinger ik nog altijd aan taaie takken, die mijn tengere, maar zo gespierde oude lijf makkelijk kunnen dragen. Samen met mijn vriendjes.

Mijn vader heeft altijd een regelmatig leven geleid. Nooit gedronken, altijd goed geslapen. Hij was nooit ziek. Er waren geen uitspattingen. Hij hield van werken en daar houdt hij nog steeds van, al is het tempo iets teruggelopen. Hij geniet nu ook van even niets te doen, veel meer dan vroeger. Hij poetst het huis en werkt in de tuin. Hij kan nog steeds hard lopen, of een kleinzoon op zijn rug nemen. Aan zijn lijf is geen greintje vet teveel, zeker niet nu hij ouder wordt. Ik herken veel in hem. Maar net zoveel herken ik in mijn creatieve, hartelijke en ruimdenkende moeder, die acht jaar geleden stierf. Ze was een lieve vrouw. Mijn man hield veel van haar, toen ze allebei nog leefden.

Mijn liefste man verliet de wereld toen hij vijf-en-dertig was. “Het was kort maar krachtig,” zei hij, vlak voor zijn laatste ziekbed. “Maar jij…” zei hij “Jìj gaat hèèl oud worden.” Ik keek hem aandachtig aan.

“Dat geloof ik ook.”

.

.

Op verzoek van mijn vriendin

Els uit Utrecht, heb ik een

filmpje gemaakt over mijn

ochtendoefeningen.

.

.

.

.

Opnieuw aan het werk

.

.

We zitten in de buitenkeuken te ontbijten. Het waait en het miezert. De groen met grijs gestreepte markies moet ons tegen de regen beschermen. Als je heel dicht tegen de wagen aan gaat zitten word je inderdaad niet nat. Maar dat bevoorrechte plekje is maar voor één persoon. De ander heeft pech.
“Mijn kont is nat,” zegt Dick. Hij heeft een korte broek aan getrokken, om zijn lange broek droog te houden. Natte benen vindt hij niet erg, die kun je afdrogen. Best een bikkel, die Dick. Op zijn grote blote knieën balanceert een houten bord met een vers afgesneden boterham. In zijn linkerhand houdt hij de pot appelstroop vast, in de rechterhand het mes. De boterham schuift bijna van het bord, wanneer hij probeert zonder het brood vast te houden, de appelstroop er op te smeren.
Ik kijk naar het flapperende doek, dat ik met knijpers aan de markies heb gehangen, om een windvrij hoekje te maken. Het helpt maar een beetje.
”Ik zal er eens over denken hoe ik dit kan afsluiten, tegen wind en regen.“ Dick knikt. “Goed plan. Er zouden ook meer plekken moeten zijn waar je iets neer kan leggen.”
Het is hem gelukt om een paar likken stroop op zijn brood te krijgen. “Ik ben benieuwd hoe je dat gaat doen. Het zal gezellig zijn als hier wat meer ruimte is.”

Ik heb gezegd dat de woonwagen af was. Maar mijn keuken is nog steeds een geïmproviseerd rommeltje. De vloer is kale grond. Er ligt een klein plankje om op te staan, maar dat zakt langzaam maar zeker het zand in. Soms mors ik wat en dan denk ik: “Ach wat maakt het uit, het zakt wel in de bodem.” In het begin vond ik dat wel handig, maar met het verstrijken van de tijd, werd dat steeds minder. De aarde domineert mijn keuken meer en meer. Alles is constant bedekt onder een laagje zand, niets is ooit echt schoon. Langzaam maar zeker verslonst het, staan er steeds meer potten vuil te worden op de kale grond, omdat er nog altijd geen duidelijke plek is waar ik dingen op wil bergen.

Dat moet anders. Dus terwijl buiten de zon schijnt en een koude harde wind over de velden waait, sta ik achter mijn raam en maak een ontwerp. Ik maak er een sterke wind- en waterdichte hoek van. Ik teken het uit op een stuk papier, ik meet en maak sommen. Het moet transparant zijn, zodat de markies goed tot zijn recht komt. Het moet dezelfde ronding als de markies hebben, waar het aan hangt. Naar onderen moet het breder uitlopen zodat er ruimte komt voor drie mensen. Ik schrik van al het materiaal dat ik er voor nodig heb, allereerst is dat dik raamfolie, UV bestendig, glashelder. Behalve dat, bestel ik enkele tientallen meters watervaste afwerkingsband, watervast garen, roestvrijstalen ogen en drukknopen. Het wordt een hele lijst.

Iets maken wat goed en duurzaam is, dat kost wat. Het kost tijd, geld, energie en het vraagt een hele hoop geduld en doorzettingsvermogen. Maar dan hèb je ook iets. Zeker weten!

.

Kon je maar gaan springen, rennen
En de volgende stap
verkennen

Maar
je bent nog niet
klaar

Eigenlijk weet je ’t best
je kent de gaten, de gebreken
je dacht dat kan ik wel zo laten
gauw heb je de andere kant op gekeken

Dus daar is het fluitje
en terug ben je weer

Je kijkt het nog eens na
en nog een keer
en nog een keer

Je werkt er aan

tot er iets
gebeurt
waardoor je
verder rolt.

Pardoes daar is
een nieuw bestaan

Grondigheid als sleutel
naar de volgende stap
om te gaan.

.

.

.

De man op het laatste perron

.

.

Aan het einde van Nederland staat een man, een man met blauwe ogen en handen als kolenschoppen. Hij staat bij het absolute eindpunt, het perron dat eindigt enkele tientallen meters voor de zee.

Als je het hele land doorkruist hebt en alle grote steden zijn gepasseerd, dan kom je bij het wijdse Friese land. Voorbij Leeuwarden leidt het spoor, met het allerlaatste boemeltje van het land. Het eindpunt is Harlingen haven. Verder kan je niet komen met de trein.

Ik sta op het perron, na een paar dagen Vlieland. Ik ben op weg naar huis. De zon staat al laag aan de hemel op deze zonnige nazomerdag. Mijn groene rugzak hangt stevig op mijn heupen en aan mijn schouders.
Ik loop naar de wachtruimte. Van het bruine glazen hok zijn vier ramen gebroken. Grote sterren zijn vastgeplakt met kit, zodat het niet verder uit elkaar kan vallen. Ik ga met mijn wijsvinger over het wittige spul. Het voelt aan als plastik.
Er komt een man naast me staan. Hij is klein en breed en hij ziet er uit als een dokwerker, onder gespierde schouders hangen zijn stevige armen, de handpalmen naar voren gericht.
“Ja, dat was een flinke baksteen,” begint hij “Die jongelui vinden dat leuk, een beetje rotzooi trappen in het donker. Ik hoop dat ze het zelf moeten betalen. Het is gehard glas, dat kost ze vier keer vierhonderd euro.”
Ik knik bedenkelijk. “Zonde hoor.”
“Ik ben hier vaak.” zegt hij. “Ik help de conducteur. Ik houd het hier in de gaten.”
Ik kijk naar hem. Hij heeft grote blauwe ogen, als van een kind, zijn blauwe trui bedekt een strakke bolle buik. Zijn ronde gezicht kijkt me vriendelijk lachend aan.
“Bent u een schipper?” vraag ik.
“Ook,” zegt hij “En ik heb een harem, met vier dames. Sinds vier weken. Kijk maar eens naar de strootjes op mijn trui.”
“Vier dames?” Ik ben even stil en denk na. “Kippen?”
“Nee, ze zijn een stukje groter.”
“Lama’s?”
“Ook niet,” grinnikt hij “maar je zit in de buurt.”
“Kangoeroes dan!”
“Nee. Ik zal het zeggen. Het zijn vier kamelen. Ze zijn van een vriendin en ik zorg voor ze. Ze krijgen oud brood en stro. Poezelig lief zijn ze! Poezelig lief.”
“Wat een eer dat je ze mag verzorgen!” roep ik uit.
“Dat is het zeker,” knikt hij tevreden.
“En wat doe je nog meer?”
“Ik ben hier,” zegt hij rustig.
“Je helpt de conducteur,” herinner ik me.
“Ik heb er voor gezorgd dat dat afdakje er gekomen is, boven de automaat. Zo lastig, je zag helemaal niks van het scherm met dat licht erin. Formulieren in vullen dan maar hè? Naar de NS. Blijven invullen, die formulieren. Dan komt het er.”
Ik knik bewonderend.
“En ik zorg dat de fietsen op de juiste plek staan. En zeg ze dat het ene deurtje het niet doet en het andere wel.”
“Ik snap het.”
Ondertussen komt de trein aanrijden. “Ik moet nu instappen.” zeg ik “Bedankt voor uw verhalen!”
“Jaja, ik sta hier al twintig jaar…” mompelt hij trots.
De deuren openen zich. Ik stap in. Op het perron staat de kleine brede man met een blauwe trui. Hij is waar hij is. “Je doet goed werk!” roep ik hem na.
Hij glundert.