Wilde droom zoekt huis

.

.

Altijd onderweg zijn is als een constante stroom. Rust is nodig om alle indrukken uit te diepen tot iets wat meer omvat dan een vluchtige ontmoeting.

.

Er is een vrouw bij mij. Ze heeft een droom. Ze zoekt een klein huisje op wielen om mee te trekken. Samen lopen we over het terrein, tot ze plotseling stilstaat voor een kleine woonwagen met een groene huif. Als door een magneet aangetrokken loopt ze er heen en tuurt door het plexiglas van de deur naar binnen. “Dit is het echt helemaal!” roept ze uit en ze draait zich om, haar krullen zwaaien wild om haar heen. Stralend gaat ze op het bordes zitten en haar blauwe ogen kijken in de verte. Ze ziet zichzelf gaan, langs allerlei wegen, door Nederland en België en misschien verder. Ze wil reizen, met de trekker ervoor, van de ene plek naar de andere, onderweg verhalen vertellen aan kinderen, als Wwooffer op boerderijen werken. En nu stelt ze zichzelf de eerste vraag: ”Wat heb ik nòdig?“

Het herinnert mij aan mijn eigen begintijd. Hoe ik droomde om te trekken met paard en wagen. Wat ik nooit heb verteld, was dat ik in die tijd heel erg verliefd was en deze droom deelde met die man. Ik heb de wagen ontworpen met hem in gedachten. Maar de man kon zich niet losmaken van zijn huidige bestaan en ik heb hem laten gaan en nooit meer gezien.

Hoe pijnlijk het ook was, eigenlijk was het maar goed ook.

Want ondertussen was Dick in mijn leven gekomen en aan hem heb ik veel gehad. Het is erg fijn als je een nieuw leven begint vol dromen en er is iemand met wie je dat alles kan delen. Iemand die helpt na te denken over wat belangrijk is en met wie je tot de kern kan komen. Als ik zou gaan trekken, dan zou Dick niet meegaan. Ik zou het alleen doen. Een prachtige uitdaging, maar wilde ik dat wel? Was het ook leuk?
Ik liet de vraag een tijdje rusten en begon met het bouwen van mijn eigen huis op wielen. Dat vroeg alles van me.

.

Werken aan het ontwerp

.

Ik ben gaan ontwerpen, maakte tekeningen op schaal, zocht uit of het kon wat ik wilde. Het was een jaar werk, een jaar met veel slapeloze nachten.

Daarna begon het bouwen en dat viel ook niet mee. Elke klus vroeg veel meer tijd dan ik had ingeschat. Maar ik genoot er ook van. Ik nam de tijd ervoor. Tijdens het bouwen begreep ik ook steeds beter wat mijn behoeften waren. Een reizend bestaan leek me uiteindelijk een bron van onrust, zéker in je eentje. Je bent voornamelijk bezig met je eerste levensbehoeften, waar zet ik mijn wagen neer en hoe kom ik daar? Waar kan ik water en voedsel vinden? Is er genoeg geld om rond te komen? Ik had dan mijn spaargeld nog. Maar als je dat ook niet hebt, lijkt me het best stressvol om elke keer te moeten zoeken naar een manier om geld te verdienen en verder te kunnen.

De vrouw zit nog steeds op het bordes. Boven haar hoofd hangt een hertengewei, een kleintje. Het hangt naast de deuropening. “Het past goed bij je, deze wagen,” zeg ik. “Als je echt wilt reizen zou ik het zeker doen. Ik zou goed nadenken over hoe je je geld wil verdienen. Ik zie om me heen dat het niet zo makkelijk is de kost te verdienen. Het komt er vaak op neer dat je steeds hetzelfde doet.” De rode schoonheid volgt mijn woorden aandachtig. “Als je houtbewerker bent, willen ze kaarsenstandaards of houten armaturen. Als je tekenaar bent, willen ze snelle karikaturen. En als je geen geld hebt en verder wilt dan moet je wel, je hebt geen keus. Jij wilt verhalen vertellen. Dan is het de kunst dat de mensen al van je weten voor je aankomt. Je moet je PR goed kunnen regelen. Dan lukt het.”

Ik ken het verlangen naar de horizon, om ruimte te voelen, om samen te ontdekken wat er achter ligt. Het lijkt me geweldig, voor een periode. Maar altijd onderweg zijn is als een constante stroom. Rust is nodig om alle indrukken op te bouwen tot iets wat meer omvat dan een vluchtige ontmoeting. Je kunt het uitdiepen, uittekenen en op verhaal komen. O die rust! Ikzelf heb de eenzaamheid nu vijf jaar geproefd. Ik heb er alles uit laten groeien wat ik kon. En nu. Het is tijd om de stroom van de wereld op te zoeken. Niet door op reis te gaan, nee niet nu. Maar door rustig uit te kijken naar de plek waar mijn volgende taak ligt.

De vrouw op het bordes kijkt in de verte. Haar rode haar glanst in de zon en op haar gezicht zie ik een vastbesloten trek. Ze gaat het doen. Hoe dan ook.

.

“Talent vormt zich in eenzaamheid, maar karakter vormt zich in de stroom van de wereld.”
Goethe.

.

Deze wijsheid van Goethe hoorde ik van mijn leraar Nederlands, toen ik vijftien was. Ik ben het nooit meer vergeten. Het is  nu 37 jaar geleden..

.

Over liefde en afscheid:
https://alowieke.wordpress.com/2015/07/14/aan-de-overkant/
Wat is een Wwooffer?
http://www.wwoofnetherlands.org/

Advertenties

Het paadje dat niemand kent

.

 

.

“Mensen denken nog stééds dat het mijn doel is, om een reizend bestaan te gaan leiden!” Ik kom uit de woonwagen en kijk naar Dick, die Tijl Uylespiegel leest op het bordes. “Zelfs al volgen ze me jaren, toch lezen ze mijn verhalen vaak met de bril die ze bij aanvang hebben opgezet.”
Dick kijkt op en lacht. “Ja, dat klopt.” Mijn vriend is journalist van beroep. Journalisten weten dat. “Mensen lezen vaak een heel ander verhaal dan jij geschreven hebt.”
Ik knik. “Toch kan het anders. Als je zelf niet teveel wilt en rust hebt, dan kan je je beter open stellen voor wat iemand echt wil zeggen.”
“Ja, dat is misschien wel zo…” zegt hij, “ het kan dat je dan meer opneemt.”
Ik kijk naar de lucht waarin een vliegtuig rond cirkelt, in de wacht voor landing op het vliegveld in Eindhoven.
“En dààrom ga ik nu géén reizend bestaan leiden, ” roep ik uit. Iedereen reist maar rusteloos van hot naar her, waarom zou ik daar aan mee gaan doen? Laat dat bij deze duidelijk zijn, in zo’n onrustige wereld waarin iedereen van alles wil en zo nodig ergens heen moet, ben ik waar ik bèn. Alsof het zo leuk is om in die hectiek op de weg te zijn. Dat doe ik in elk geval niet voor mijn lol. Reizen is op dit moment geen doel voor me, maar bijzaak. Ik ben waar ik ben en ik houd het klein en eenvoudig.“

 

Ik denk er vaak aan. De wereld om ons heen is bijna confuus van onophoudelijke beweging, die steeds sneller lijkt te gaan, virtueel of concreet. Reizen of vermaak, het moet steeds verder, steeds gekker, om de sleur te doorbreken.
Vroeger waren er Dominicanen. Het waren monniken met de gelofte van eenvoud en bescheidenheid. Nog steeds zijn ze er, maar niet veel. Die monniken doen ook een stabiliteitsgelofte. Ze zullen altijd blijven waar ze zijn, in hun klooster. Door hun rust en concentratie konden ze grootse dingen tot stand brengen. Hele bibliotheken brachten ze bij elkaar en in de kunst en de wetenschap hebben ze veel bijgedragen.
Maar niet iedereen heeft een gelofte nodig om te blijven waar hij is. Hele volkeren wonen al eeuwenlang op dezelfde plek en nu nog steeds! Westerlingen vinden dat zo bijzonder, die willen van ze leren. Ze willen zien, hoe ze zo in harmonie kunnen leven met hun omgeving. Om dat te zien maken ze de ene reis na de andere, met de meest verschillende bestemmingen.

Toch, de enige plek om het in praktijk te brengen, dat is thuis. Eigenlijk weet iedereen dat wel. “Aarden”, noemen sommigen het. Er zijn zelfs cursussen voor. Maar in wezen is het heel simpel. Het is zo simpel, dat je het zomaar weer over het hoofd ziet.

Alles kan veranderen. Ik weet niet welke wendingen in aantocht zijn. Misschien dat eens de wereld zo verandert, dat er meer rust zal zijn om als voetganger vanuit ons eigen landje de wereld te verkennen. Misschien zijn er dan overal bloemrijke brede bermen omdat er geen geld is voor onderhoud. Dat vind ik helemaal niet erg. Je kan dan vast heel mooi wandelen en er kunnen weer paarden grazen. Maar mocht dat nog een een poosje duren, ik kan altijd klein beginnen. Want misschien hoef ik nergens op te wachten. Misschien zie ik ergens een heel lief paadje. Het mooiste paadje van de wereld. Dan ga ik daar fijn wandelen. En ik zal het elke dag begroeten in de ochtendzon.

.

 

Lief slim paadje
wie weet,
waar jij nu bent

en al eeuwen
wacht op mij

oeroud kronkelpaadje
dat niemand
nu meer kent

omdat je
pal voor de voeten verdwijnt
van wie haastig hijgend rent
immer op weg naar ergens.

.

.

 

 

 

 

.

.

Vraag aan jou,

Weet je een nieuwe plek voor mij en mijn woonwagen? Voorlopig leid ik een semi-nomadisch bestaan. Ik blijf ergens zolang als het nodig is. Ik houd van plekken waar creativiteit nodig is of waar je inventief moet zijn.

Ik leer veel van beestjes en plantjes. Ik let graag op eetbare soorten en kijk naar verbanden.

Ik kan bouwen aan iets moois. Ik houd van zingen, zuiver en meerstemmig, maar net zoveel van meeslepende ritmes, slome jazz en eigenzinnige liedjes.

Ik houd van onverwachte ontmoetingen met telkens andere mensen. Behalve dat ik er gewoon van geniet,  krijg ik er goeie ingevingen van, voor schrijf-, teken- en filmwerk.  Ik houd van vieze handen en lekker doorwerken in een rustig maar gestadig ritme. Of het nou ijskoud is of heel warm, dat maakt me niet uit. Als mijn voeten maar droog blijven.

Ik wil mijn wagen het liefst meerdere functies geven dan alleen wonen en zie het als een uitdaging om dat compact en efficiënt in te bouwen. Bijvoorbeeld als koek en zopie of mini-solarbioscoopje met filosofische naborrel. Hoe klein kan het!

 Vandaag, woensdag 2 augustus en morgen, 3 augustus, ben ik in de buurt van Zutphen om te kijken op Natuurcamping Wientjesvoort Zuid. Het zou leuk zijn als ik op mijn verkenningstocht nog meer mensen kan opzoeken. Ook als niet alles wat ik noem er is, laat van je horen, ik ben hoe-dan-ook benieuwd! ❤

ALOWIEKE  06-23207532      of       tt.alowieke@gmail.com

.

.

.

Wijsheid van José Munica, president van Urugay van 2010 tot 2015, bekend als “The worlds poorest president.” Pleidooi voor de vrijheid, die uit eenvoud groeit.

Van plakband en karton

.

 

.

Laten we onze behoeften niet meteen opvullen met het meest voor de hand liggende. Laten we leegtes creeëren om ons palet aan kansen te herontdekken. (Alowieke)

 

Ik loop de drogisterij van Middelbeers uit en wil mijn fiets pakken. Mijn afgeknipte spijkerbroek is vuil van vele weken werk, maar mijn hemd is fris en groen. De zon staat al twee weken te branden boven mijn hoofd en heeft mijn schouders bruin gemaakt. Ik schuif mijn hoed naar achteren, die ik maakte van een rieten lampekap. Hij moet mijn gezicht en nek beschermen. Het is een goede hoed en hij blijft stevig zitten als het hard waait. Zeker op de lange landweg tussen Haghorst en Middelbeers, daar kan het hard waaien.
Ik stop mijn net gekochte buitenthermometer in mijn fietstas. Ik wil weten hoe warm het is in mijn wagen. Die dorpse drogisterijen hebben van alles, je kan het zo gek niet bedenken. Zelfs thermometers!

Net als ik mijn been over de hoge stang van mijn grote Gazelle wil slingeren om weer naar huis te fietsen, zie ik een rek met slippers. Slippers van hard en zacht schuimspul, bont gekleurd, of zwart met een kraal tussen de tenen. Ik zet mijn been weer op de grond, zet mijn fiets op de standaard en loop terug. Zal ik het doen? Koop ik ze?

Het is elke keer een keus. Wat is mijn behoefte. Ik heb slippers nodig. In elk geval heb ik ze vandààg nodig. De dikke balken van mijn steiger worden gloeiend heet in de zon. Gisteren ging het nog net, maar vandaag wordt het te heet onder mijn blote voeten en met schoenen aan is ook niks. Dag na dag werk ik gestadig door aan het dak van mijn woonwagen en het wordt prachtig. Ik drink veel water tijdens het werk en mijn hoed beschermt me tegen de hitte. Maar mijn voeten willen òòk wat. Koop ik nu die slippers of niet? Sandalen zou beter zijn. Daar heb ik verder ook nog wat aan. Maar die hebben ze hier niet. En ja…. hoe vaak draag ik nou slippers??

Ik koop ze niet. Ik slinger mijn been over de stang en fiets weg. Thuisgekomen is de steiger nog heter geworden dan hij al was. Ik vraag me af hoe ik nu toch verder kan werken.

Dan zie ik een stuk karton liggen en een rol plakband. De oplossing ligt pal voor mijn voeten. Ik spring op en pak het stanleymes. Ik zet mijn voet op het karton, snijdt er met een ruime bocht omheen en bind het plakband om mijn voet en het karton. Het resultaat is een paar prachtige wegwerpslippers, waar elke zigeuner of stadsindiaan trots op zou zijn. Blij klim ik de steiger weer op. Ze werken net zo goed als echte slippers en het plakband blijft goed zitten. Hoera.

Leven in het klein maakt creatief. Steeds vaker ontdek ik dat het veel leuker is om niet alles te hebben en òveral in voorzien te zijn. Leven in het klein betekent leegtes creeëren. Ik bouw niet alleen een huisje, ik bouw ook aan kansen. Elke leegte is een uitnodiging! Laat de tijd zijn werk maar doen.

Ik ben er van overtuigd. Creativiteit is onze redding. Laten we onze behoeften niet meteen opvullen met het meest voor de hand liggende. Laten we leegtes creeëren om ons palet aan kansen te herontdekken.

.

.

BEELDEN TIJDENS DE BOUW

.

Voor dat het dakrubber er op kon, moest ik nog een paar dingen bijwerken. Met deze lamellenschuurschijf op de haakse slijper gaat dat hartstikke snel, terwijl hij toch al flink versleten is en het eigenlijk tijd is voor een nieuwe.

.

 

Bij de verhuizing heb ik per ongeluk al mijn hoeden weg gedaan. Geen nood, ik vond een prachtige lampekap, die ik geschikt heb gemaakt om als hoed te dragen.

.

 

Als schoorsteendoorvoer heb ik een oude petroleumkan gebruikt.

.

 

.

 

.

.

.

En toch moet ik de rust verstoren

.

.

Wij hebben elk ons nest. De kwikstaarten en ik. Ze zitten zo vlakbij me, dat ze me wel mòeten vertrouwen. Hun nest is verscholen onder een plaat triplex, die een grote stapel bakstenen afdekt. Er komt steeds gepiep onder vandaan. Ik zou zomaar hun dak eraf kunnen halen. Dan zijn de kraaien er meteen bij. Weg kroost. Maar dat doe ik natuurlijk niet. Ik hou van ze.

Alles valt of staat met een dak boven het hoofd. Dat geldt ook voor mij.
Mijn dak doet wat het moet doen. Daar ben ik blij om. Toch kan ik het zomaar weghalen. Net zo makkelijk als de plaat boven de kwikstaarten.

.

.

.

Het is avond, de late zomerzon schijnt door de ramen met een oranjegeel schijnsel. Mijn vriend Dick en ik zitten stil op de bank te kijken en nemen kleine slokjes van onze koffie. De lichte deuren en de witte muren weerkaatsen het licht, dat bij elke wolk van kleur verandert.
„Wat een mooi huisje hè..“ zegt Dick en hij kijkt me glimmend aan, „een mooi huisje en een mooi meisje.“ Ik lach. „Ik geniet altijd zo van dit licht“, zeg ik. Ik sta op en kijk door het raam. Het hele terrein ligt al in de schaduw. „Wat bof ik! Nergens op de camping is de zon nog, alleen bij mij. Heerlijk, hè Dick?“

.

Ik geniet van mijn huis. De kozijnen van de ramen zijn nu wit geschilderd en afgewerkt. Als je erdoor kijkt, is het als de paspartoe van een kleurige tekening, alles wat je ziet wordt er mooier door. De vensterbank houd ik expres leeg. Er staat alleen een merkwaardig gevormde geluidsinstallatie op van doorzichtig plastic. Maar dat stoort niet.  Onder de vensterbank met de wonderlijke stolp, dààr is een tweede plank en dat is de plek waar alles op staat. Het is er een aangenaam rommeltje en als je op de grond zit, is er veel te zien.

.

.

„Wel raar dat het dak er straks weer af moet,“ zeg ik peinzend tegen Dick. „Nu alles zijn plek heeft gevonden…“
„Ik kan me voorstellen dat je dat een raar idee vindt.“ Dick kijkt omhoog, naar het plafond, naar het hout van de essen bogen en de witte stugge katoen, die er zacht overheen bolt, in een gelijkmatig ritme. Hij weet net als ik, het ligt er los op, samen met de isolerende wol. Weghalen is zo gebeurd. Dat moet ook, straks. Ik wil het dak verbeteren.

.

.

Een heerlijk hoekje onder het zachte plafond, tussen zachte wanden. Nu is het een zithoek. Maar het ophijsbare middenblad is neer te halen met touwen. Met het resterend stuk matras er op, maak ik hier elke avond mijn heerlijk brede bed.

.

Binnenkort komt het buigtriplex. Dit triplex is zó gemaakt, dat je er een flinke bocht mee kan maken. Ik kan de onregelmatigheden bovenop het dak mooi egaal maken, ik kan het dakrubber goed vastplakken en er komt meteen een extra luchtlaag onder. Maar het wordt nog een flinke klus en een stoffige bende. Bovenop het dak moet ik vier-en-veertig inkepingen op maat gaan slijpen. Ik schraap mijn moed opnieuw bijeen. Gelukkig is het de laatste kloteklus. En je weet niet, misschien valt het mee.

.

Eén van de dingen die een plekje vonden, in mijn nieuwe huis. Dit schip komt uit mijn vorige leven. Mijn man Michiel en ik hadden een grote droom. Het schip origineel maken, zoals ze was in haar glorietijd, hier op de foto te zien. We zouden een varend bestaan gaan leiden en weekends organiseren met gasten. Na zijn dood moest ik die droom laten varen en is het schip uiteindelijk verkocht. Ik was de foto helemaal vergeten. Toch, ik hoefde er niet eens bij na te denken, toen ik het hier ophing. Ik zal het straks goed onderdekken, voor aanvang van de stofbende.

.

„Wil je me straks helpen om de platen op het dak te hijsen,“ vraag ik aan Dick.
Ja, dat wil hij wel. Dat is alvast fijn om te weten. Ik kijk naar buiten en denk aan de kwikstaarten, die nu rusten, na een drukke dag van fladderen en tientallen vliegjes vangen. Zij weten niet, dat ik hun dak er zomaar af kan halen. Het zou een hoop stress geven. Ik begrijp het best. Ik zou mijn eigen dak er ook liever op laten zitten. En toch moet het. En toch moet ik de rust verstoren. Het is een goed dak. Maar het kàn beter!

.

De eerste en de laatste foto zijn gemaakt door Dick Verheul

.

.

.

.

.

 

Een bed in een huis als een buik

.

.

.

Ik kan niet slapen
lig met open ogen
naar boven te kijken
naar essenhouten bogen

Ik heb geen bed
in lineaire tijd
waar ik verloren zoek
naar geborgenheid

Ik heb geen bed
in een huis dat echoot
mijn nest omarmt me
als een zachte schoot

Mijn bed is warm
mijn dak is zacht
mijn wand is stof
mijn engeltje lacht

Met ogen halfgesloten
zo duik ik met een gaap
in koesterende warmte
tot ik werkelijk slaap

.

.

.

Zomaar verhuisd

.

 

De lente is de tijd van nieuw begin. Dromen, in de winterstilte uitgegroeid tot plan, breken open als een dikke knop van een jonge loot en beginnen te groeien. Onafgesproken komt alles tegelijkertijd.

Ineens is het gebeurd. Het leek zo te moeten. Ik ben verhuisd. Het was helemaal niet mijn bedoeling, het was kennelijk zo ver. De stoffeerder heeft de kussens gebracht. En toen ze er lagen, was het gelijk een echt huis. Het huis lokte mij. „Weet je wat,” dacht ik, „ik breng er vast wat boeken naar toe.“ En na de boeken dacht ik, ik kan er ook wel wat kleren heen brengen. Zo ging het.

Met armen vol loop ik heen en weer over het veld, van mijn ene wagen naar de andere. De nieuwe is veelbelovend en blauw als de lucht van een winterse zonsopgang. De oude ziet er een beetje haveloos uit. Hier en daar bladdert de roodbruine verf en de ramen zijn vuil. Ik heb haar de laatste tijd verwaarloosd. Mijn eigengebouwde huis werd almaar mooier. Hoe dichter bij de verhuizing, hoe meer ik het verval negeerde van dat, wat ik achter zou laten. Ik verlangde naar mijn nieuwe leven.

.

Het verval van het oude, verlangend naar nieuw leven

.

Wat voor de één een vervagend leven betekent, is voor de ander een unieke kans. De vernieuwing van mijn oude wagen staat al op de drempel. Er is iemand wiens handen jeuken om aan de slag te gaan, te krabben en te schuren en blauwe luchten en bloemen er op te schilderen.
Want de oude wagen is eigenlijk al niet meer van mij. De nieuwe eigenaresse wacht tot ik klaar ben. Hoeveel geduld heeft ze nog? Terwijl ik steeds vaker heen en weer loop komt ze bij toeval aanlopen. „Mag ik even in de wagen zitten om te voelen hoe het is?“ vraagt ze „Dan kan ik vast een beetje aarden.“ Ik zeg lachend dat ik het prima vind en dat ze precies op het juiste moment komt. Ik roep haar na dat het al een stuk leger is, daar binnen.

Leegte is belangrijk voor het fantaseren. Ik houd van leegte en gun iedereen die stille veelbelovende en uitnodigende ruimte. Ruimte om dromen uit te werken.

 

Kristallen voor het raam

.

De lente is de tijd van nieuw begin. Dromen, in de winter sterk geworden, breken open als een dikke knop van een jonge loot en beginnen te groeien. Onafgesproken komt alles tegelijkertijd. Het is als dominostenen, die met zorg zijn neergezet door een onzichtbare hand. Ineens beginnen ze te vallen. Eerst eentje. Dan de volgende. En dan gaat het opeens snel. Dat is het moment. Zonder veel moeite kan er veel tot stand worden gebracht. Gewoon, omdat het er de tijd voor is. Ik ben één zo’n steentje in een heel groot veld, nietig als een zandkorrel maar tegelijkertijd is mijn bestaan net zo essentieel als een zonnestraal. Ik sta precies op de juiste plek en waarom dat weet ik niet. Ik maak er wat van, zie alles als een uitdaging en geniet. Ik werk, ik kijk, ik schrijf. Ik ben.

 

Zithoek te transformeren tot bed. Ontbrekende deel hangt er boven, met de transparante plaat er in, is het ook te gebruiken als tafel. Het ontbrekende stuk matras staat rechtop onder de linkerbank, net te zien op eerste foto.

.

Alles werkt zoals ik het bedacht had, alleen moet er hier en daar nog wat bijgewerkt worden. Als dingen in gebruik genomen worden, blijkt het soms net ietsje anders uitvallen dan berekend. Zo zakt de bedbalk iets meer door dan ik dacht, waardoor het ene kastdeurtje klemt als er iemand op zit. Het zijn maar een paar dingetjes.

Inmiddels is een groot gedeelte van de spullen over, vooral boeken en kleren. Het is verbazingwekkend hoeveel ik kwijt kan zonder dat je er iets van ziet. En ik heb nog steeds een hoop ruimte over! De grote kast onder de vloer is nog steeds helemaal leeg. Daar komen straks gereedschappen en kampeerspullen. De keukenuitrusting moet ook nog, maar daarvoor maak ik een lichte kist, die ik open kan klappen tot buitenkeuken.

 

.

Nu ik ben verhuisd en de lampjes kunnen branden, lijkt het of het af is. Maar er is nog steeds veel te doen. De raamluiken, het egaliseren van het dak, het verbeteren van het energiesysteem en nog veel meer. Iets wat klein is, een huis of een ander ding, is niet per definitie minder werk. Zeker niet als het een huis is dat 23 luiken of deurtjes heeft die open kunnen. Alles moet perfect kunnen sluiten en niets mag elkaar in de weg zitten! Bijna ongelooflijk dat dat kan, in een huis van zes vierkante meter!

.

.

.

Diepe duizelingen

Het omhelzen van de draak

.

.

Hoe heb ik mijn vrijheid gevonden? Het is een opéénvolging van keuzes, die het schier onmogelijke omhelzen. Als angsten duvels blijven die gedood moeten worden, leren we ze nooit echt kennen. Maar wanneer we ze uitnodigen in hartelijk licht en liefde, blijkt er iets wonderlijks te gebeuren. (Alowieke)

.
Ik word wakker. De zon staat al hoog aan de hemel en ik zie dat het kwart over acht is. Zonder aanleiding krijg ik een gedachte. Dat heb ik vaker ’s ochtends, als ik nog niet in beslag genomen wordt door dagelijkse bezigheden.

Ik schrijf het gelijk op, voor de gedachte weg is. Het is als één van de appelen aan een boom. Ze hebben mijn leven lang gerijpt. Nu ik de vijftig ben gepasseerd hangen de appels glanzend en met rode wangen aan de takken. Ik neem de tijd om ze te plukken. Niet voor niets heb ik radicale keuzes gemaakt, ben ik een volkomen nieuw leven begonnen. Ik deed het om tijd en ruimte te maken. En nu? Ik pluk en geef ze een plek om ze te delen.

 

Het omhelzen van de draak

.
Misschien is dat het verschil wel
tussen die dagen van vroeger en nu.
Toen gaf de koning het bevel
de draak te doden aan ridders te paard
die stortten zich dan in een vurige hel.

Maar tegenwoordig, de dag van vandaag
hangt aan elke grote klok
kent ieder het antwoord op de vraag
hoeveel koppen, ogen, werveltjes…
Verstand smoort doodsangst in de maag

Toch begint alles anders te lijken
Langzaam lijken de duisters te wijken
zo vraag ik mij verwonderd af

Stel dat die draken konden zingen
met stemmen uit al hun zeven koppen
als al die draken zingen gingen
hun schubbige schouders in liefde omarmd
hun lied omringt dan de lelijkste dingen

Stalen stoerheid kan vervagen
ridders met hun heldendom
ze winnen niet, zijn niet verslagen
hun harnassen zijn zwaar en stom
niemand die ze nog wil dragen

De warme bas van de drakentong
O, laten we de draken vragen

Om te zingen!

 

.
Dit gedichtje, zo licht en speels van aard, heeft diepe gronden. Het vertelt  over het transformeren van schaduwkanten. Als onze angsten duvels blijven die gedood moeten worden, leren we ze nooit echt kennen. Maar wanneer we ze uitnodigen in hartelijk licht en liefde, blijkt er iets wonderlijks te gebeuren.

Ik zag mijn draak onder ogen toen ik vijf-en-twintig was.

Op nieuwjaarsochtend 1991 om acht uur werd ik frontaal aangereden op een totaal verlaten Lucasbolwerk in Utrecht. De weg was leeg, ja. Behalve die éne auto. Ik had een lange emotionele nacht gehad en was met mijn hoofd ergens anders. De klap kwam vanuit het niets. Van het ene moment op het andere lag ik schreeuwend van pijn op de weg en ik zag mezelf liggen. Ik hoorde mij gillen alsof het een ander was.
Ik kwam plat op mijn rug in het ziekenhuis terecht. Ik had een arm en een been gebroken en ik werd geconfronteerd met mijn angsten, die zich als een draaikolk aan me opdrongen. Dagenlang lag ik op mijn rug met mijn been omhoog in een stelling. Ik kon er niet aan ontkomen. Ik probeer uitdrukking te geven aan wat ik voelde.

Ik keek in de diepte van een duizelingwekkend ravijn met donkere poelen zonder einde. Er was iets daar. Iets donkers en duisters, als een afzichtwekkend monster of gedrocht. Muren kwamen op me af en ik kon geen kant op. Dit was het einde.
„Okee dan!“ riep ik vanuit mijn diepste wanhoop. „Ik kan niet anders.“ Ik slingerde die woorden het universum in en wierp me blind in de diepte waar ik iets had verwacht wat erger was dan de dood. Maar wat ik er aan trof was ongelooflijk. De sprong bracht mij in de armen van mijn eigen draak. Een diepe ontspanning spoelde langs mijn benen omhoog, alsof ik gedoopt werd in stil en heilig water. Het omspoelde me van mijn kleinste teen tot kruin. De duistere poel bleek het warmste bad te zijn dat ik ooit heb gekend. De draak was mijn eigen kloppende hart.

Ik heb dit verhaal nog vaak verteld. En dan blijkt dat ik niet de enige ben, die zo’n levens veranderende klap heeft gehad. Het is een zeer grondige inwijding in het kiemkrachtige kern van het leven en een sprong in de groei naar jezelf zijn, met al je mogelijkheden en speelse nieuwsgierigheid naar de wereld en anderen.

 

Kierkegaard: “Angst is de duizeling van de vrijheid.”

.

Het breken van duister gaat vaak geleidelijk, zoals Henriëtte Holst hieronder beschrijft. Arm en rijk, nomaden of stedelingen, de Inuït op de Groenlandse ijsvlakten of een autonome Afrikaanse boer in de Savanne, iedereen leeft en leert. Wie durft te vallen, staat weer op met nieuwe inzichten. En het mag allemaal. We mògen het, keihard vallen en fouten maken! Wat een kans toch, zo’n leven op Aarde, de planeet die dat alles maar verdraagt… Boffen dat we er zijn!

Al die mensen onderweg, al die bijzondere verhalen, sterken mij in de overtuiging dat uiteindelijk, alles goedkomt. (Zelfs in Nederland, waar vallen eigenlijk niet mag. Misschien ben ik daarom wel hier.)

 

Henriëtte Roland Holst:

 

Over de rustige vastheid die ik vond

De mensen zijn in twijfel gevangen
’t gezicht van een god heeft de tijd gebleekt,
nu kom ik ze vertroosten met gezangen
van wat nooit wisselt en in niets ontbreekt.
Ik kan bemoediging zijn voor de bangen,
de klare stem die altijd rustig spreekt,
omdat mijn hart dat geen angstvallig hangen
aan wolken kent, ziet wat door wolken breekt.

Ik werd geboren met een aard die sterk
van zelf gaat naar de kern van alle zaken
maar veel stond tussen mij in en mijn werk.
Groeiende, heb ik dat opzij gezet:
het werd al lichter, alle duisters braken
en ik zag liefde als de levenswet.

Henriette Roland Holst-van der Schalk (1869-1952)
uit: Sonnetten en Verzen in Terzinen geschreven (1896)

 

.

Toen ik verder zocht naar meer filosofieën hier over, ontdekte ik een Vlaming, in wiens woorden ik wel iets herken. Psychiater en hoogleraar Damiaan Denys is gespecialiseerd 
in angsten en woont in Nederland. Nederland is een bang land, constateert de Vlaming. ‘Maar angst is juist het deurtje dat ons de vrijheid toont.’

Overigens mis ik iets in zijn visie. Hij onderzoekt de hersens en spreekt niet over het hart. De verwoording van dichters omvat daarin meer dan die van wetenschappers. Het zijn twee manieren om de werkelijkheid te benaderen. Ze kunnen naast elkaar bestaan en elkaar aanvullen en verrijken.

https://www.vn.nl/psychiater-filosoof-damiaan-denys/

.

 

.

 

 

Klein, mooi en handig

.

 

In de kern van het huidige leven, zit de kiem van het nieuwe al verborgen. Het is als een jas, waar je aan werkt tot die past, om dan het oude af te werpen en het nieuwe aan te trekken. (Alowieke)

.

 

Ik sta in de keukenhoek van mijn oude woonwagen en veeg voor de zoveelste maal het aanrecht schoon. Het is een normaal aanrecht, zoals in alle huizen. Er zit zelfs een echte wasbak in. Het is een grote, dus dat betekent nog meer om schoon te maken. Ik heb er een sport van gemaakt om mijn watergebruik te minimaliseren. Het staat in een mooie glazen pot op het aanrecht. Daar past een grote wasbak helemaal niet bij. Er staan nu drie dingen in, die ik toch ergens kwijt moet: een smoezelig afvalbakje, een glazen potje voor vuil water en een wit kommetje met schoon water om plakkerige handen af te spoelen. Omdat ik de wasbak eigenlijk een lelijk, nutteloos ding vind, besteed ik er maar weinig aandacht aan en ook aan wat er in staat.
Het is voor mij de kunst om in de nieuwe wagen van banale dingen iets moois te maken. Ik maak er graag een hoekje van dat praktisch is, niet groter dan nodig en waar ik met plezier naar kijk. Er komt gèèn wasbak. En het gore vuilwaterpotje wordt straks ingeruild voor een mooie kleine kruik, die op een plankje staat te pronken. Hoe kleiner hoe fijner.

Ik erger me steeds meer aan te grote, zinloze dingen in huis. Zo is er het tweepitsgastel, waarvan ik er altijd maar één gebruik. Eigenlijk vind ik het hele aanrecht veel te groot. Er zijn stukken van het aanrechtblad die ik niet gebruik. En dat komt toch weer vol te staan, met wàt eigenlijk? En ik moet elke keer opnieuw alles optillen bij het schoon maken.
Er zijn ook dingen die simpelweg onhandig gemaakt zijn. De keukenwand zat er al. Het is grof timmerwerk van ruwe planken. Die wand is altijd goor, want ruwe planken zijn lastig schoon te krijgen. En de kurkvloer, die ik zelf heb gelegd, is bij de deur opgebold door vocht. Door het zwellen laat de kurklaag los en er zitten nu kieren tussen. Dat komt omdat de deur niet afwatert en harde regen onder de deur door sijpelt. En zo is er meer, wat beter kan. Ik heb veel van deze woonwagen geleerd. Hoe ik dingen wel en niet wil. Het is een goeie plek geweest en er waren ook veel mooie dingen. En nu ben ik er klaar mee.

 

 

De nieuwe wagen is bijna bewoonbaar. Ik werk hard. Ik wil eindelijk wel eens verhuizen. Hoewel de nieuwe wagen de helft kleiner is, voelt dat niet zo. Het is er licht en open en ik heb het gebouwd in een gelijkmatig ritme, met verrassende details. Het is bijna als muziek, als een symfonie.
De indeling is precies zoals ik het wil. Dat alles geeft me het gevoel van ruimte en vrijheid. Het is een schatkist aan lang uitgewerkte ervaringen en dromen, nu tastbaar geworden in dit éne.

Straks kan ik er werkelijk in trekken. Ik verheug me er op.

 

.

Het bed maak ik op zeventig centimeter hoogte en eronder is kastruimte. Het middelste gedeelte, wat nu ontbreekt, wordt ook gebruikt als tafel. Je kan de kussens opzijleggen en als rugleuning gebruiken en de tafel ophijsen aan touwen, tot gewenste hoogte. Je kan hem ook tot aan het dak hijsen en dan kan je daar staan of lopen, dansen of ijsberen. Er zit plexiglas in de tafel zodat je er doorheen kan kijken en het daklicht kan blijven zien, wanneer hij tegen het plafond gehesen is. Ik doe mijn best om in alle keuzes die ik maak ruimte te scheppen, of de illusie ervan. De materialen die ik gebruik, zijn meestal natuurlijk. Maar soms is kunststof echt handiger en dan kies ik daar toch voor.

Om ruimte te scheppen heb ik veel kastruimte onder de vloer gemaakt. Je kan erbij via vijf luiken. Het frame van de kast is klaar, het maakt deel uit van de wagen. Ik moet hem nog wel muisdicht maken.

Het valt me op dat dingen die ik maak, steeds opnieuw lijken op muziekinstrumenten. Kijk naar de onderdelen van dit bed. Het lijken wel twee piano’s.

 

 

.

 

 

 

 

Een beter mens

.

Deze week deed ik een energie experiment. Ik heb keihard gewerkt, zonder adem te halen. Precies zoals veel politici het graag zien.

.

Het prille ochtendlicht kietelt als kwikzilver door de kier van het gordijn. Ik beweeg mijn heupen en schouders. Ik draai en wiebel wat heen en weer, voor ik zover ben dat ik het bed uit spring. Daar is moed voor nodig, want het is zo koud, dat mijn adem wolkjes maakt. Ik adem diep in en gooi resoluut de dekens opzij, om razendsnel zoveel mogelijk kleren over mijn pyjama heen te doen.
Vandaag doe ik alles anders dan normaal. Ik doe mijn oefeningen snel achter elkaar, zonder te bedenken wat ik vannacht gedroomd heb of naar buiten te kijken. Ik steek de kachel niet aan. Dan ontbijt ik maar met een deken om me heen.
Deze week ga ik als een speer. Dat is de bedoeling. Net als duizenden anderen maak ik deze week van mijn bezigheden een gesmeerde routine. Waarom? Omdat ik denk dat ik dan meer werk kan verzetten, misschien. Maar vooral omdat ik het lullig vind, dat ik op mijn gemak de dag begin, terwijl de rest van Nederland zich in het zweet werkt. Vandaag is het de vijfde dag, dat ik het zo doe.

Daar sta ik dan, om kwart voor negen in de ochtend, nog een beetje koud, moe en niet helemaal wakker, mijn blauwe klompen in het halfbevroren gras. Ik kijk naar mijn nieuwe wagen, mijn grote project, waar ik nu al drie jaar aan werk. Ik heb geen zin. En niet zomaar een beetje. Ik heb zelden zo tegen de dag opgezien. Ik kijk naar de kale kozijnen, die nog geschilderd moeten worden, het hobbelige dak. Wat een boel werk nog.

 

 

Ik kijk naar de binnenruimte, de glanzende vloerluiken, de geschilderde wanden.. Hoewel het rust uitstraalt en steeds mooier wordt, kijk ik ernaar met weerzin. Het is genoeg geweest. Ik houd het voor gezien, ik scheid er mee uit voor vandaag.

 

 

Mijn nieuwe huisje doet het maar even zonder mij. Ik ga vandaag helemaal niks doen. Met dit besluit loop ik terug naar de oude wagen. Binnen is het nog steeds koud en ongezellig. De zon is nog ijl en heeft te weinig kracht om mijn huisje te verwarmen. Ik hurk bij de kachel en maak een luchtig stapeltje van kleine houtjes. Ondertussen denk ik na, over mijn experiment. Ik doe het nu lang genoeg om het effect te merken. Ik werk van negen tot vijf. Acht uur werk, merk ik verrast op. Dat is precies evenveel als anders, als ik van elf tot zeven werk! Maar er is een groot verschil.

Gewoonlijk neem ik als éérste anderhalf uur de tijd om mijn oefeningen te doen. Als ik dat doe dan word ik van top tot teen wakker en ben ik één en al oor en oog. Maar hoewel de lente deze week is losgebarsten, heb ik er nu maar weinig van gezien. En om vijf uur ben ik te moe om er nog van te genieten. Bovendien moet er water worden gehaald en eten gekookt en de kachel moet worden aangemaakt. Dan heb ik geen tijd meer voor verwondering. En anders kan ik zo genieten, terwijl ik toch evenveel werk! Hoe kan dat?

De vlammen likken langs het blanke hout. Ik doe er een paar grotere blokken bij en sluit het deurtje. Het vuur knappert en de dag strekt zich uit in zalige tijdloosheid. Ik laat me achterover op de bank vallen en merk hoe moe ik eigenlijk ben.

Ik dacht dat ik meer zou presteren door hard werken en vroeg beginnen. Maar het is niets dan een idee, een idee over hoe het hoort in onze prestatiegerichte maatschappij. Alsof ik dan een beter mens ben. Nou, echt niet! Ik sla spijkers krom, snij me in mijn duim en ik heb geen inspiratie. Het allerergste is de weerzin die ik kweek. Zeker voor een langdurig project is dat dodelijk. Niet alleen voor de kwaliteit van het werk, maar ook voor mijn energie en levensplezier. Ik weet het nu zeker. In het vervolg begin ik gewoon weer om elf uur met bouwen.

Leven is ritme, als een gestadig kloppend hart, als de golven van de zee op het strand. Het is mìjn eigenwijze ritme, dansend op mijn harteklop geniet ik van wat er is en komt er iets moois uit mijn handen. Alleen zò wil ik leven. Ach… ik wist het toch eigenlijk al, is er niet een hele oude wijsheid, die zegt dat hardlopers doodlopers zijn?

 

 

Allemaal mensen die om zeven uur opstaan en keihard werken. Dit is waar de politiek nog altijd over praat, want het moet nog altijd beter dan hoe het is. Maar er is een bodem in de pot. Weten ze niet, dat het aantal burn-outs onder jonge mensen drastisch toeneemt?

Een natuurlijk levensritme gaat met de seizoenen mee. In de winter zijn de dagen korter en hebben we minder energie. In de donkerste maanden werkte ik maar drie uur per dag aan de nieuwe wagen, aan een erg ingewikkeld stuk.  Verder vul ik mijn tijd met winteractiviteiten als schrijven en tekenen en filmpjes maken. Dat ritme verandert met het licht mee. Nu het lente is heb ik er plezier in om lekker door te gaan zolang het licht is.

In deze prestatiegerichte maatschappij presteer ik op mijn eigen manier. Zo’n mooie woonwagen had ik nooit kunnen bouwen in een baan van negen tot vijf. Ik wilde dat iedereen de vrijheid kreeg om langs  kleine, vriendelijke paden te gaan om zijn of haar eigen levensritme en kwaliteiten te ontdekken.

https://www.gezondheidsplein.nl/dossiers/burn-out-bij-kinderen-en-jongeren/item67965    (Ook twintigers en dertigers)