Voetenbadje

.

-voetenbadje-onder de tafel.

Het is weekend.
Buiten stralen de honderden
heldere sterren in een zwarte
koude hemel
de kachel brandt rookloos

Hij
zit tegenover mij
aan tafel in mijn kleine huis

Zal ik een voetenbadje maken
vraagt hij
Is goed zeg ik
en weg is hij
ik luister naar de stilte
en wacht

Hij komt terug met in zijn handen
een grote gele klotsende bak
ik gooi er een wit klontje in
als hij hem neerzet
onder de tafel

Ik til mijn blote voeten
van de nogal frisse vloer
en laat ze zachtjes plonzend
zakken in het warme water
ik voeg ze bij de zijne
en voel zijn gladde vel
samen kan het nèt

Zit er wel soda in
vraagt hij
Ja er zit soda in zeg ik
en roer ondertussen
in een grote kop met
dampende koffie en melk

Hoe erg het ook allemaal is
wij genieten als kinderen
met poedelende voeten
samen onder de tafel

 

Advertenties

Gedachten bij ondergaande zon

Ik schreef dit blog vlak voor de nacht dat Trump de Amerikaanse verkiezingen won. Mensen zijn bang dat hier het zelfde gebeurt. Ik kan het me voorstellen. Maar ik ben niet bang. Ik duim voor de indianen in Dakota, met hun strijd voor schoon water, dat leven betekent. Ook in dit verhaal denk ik aan water, dat vloeit waar het niet gaan kan.

.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen

.

Ik wil de zon zien ondergaan. Veel te lang heb ik het gemist, toen ik onder de grond in een Utrechtse catacombe woonde. Elke avond haal ik het in, als hij er is tenminste. Vandaag heb ik geluk, vlak voor een dik wolkenpakket de hemel in beslag neemt. Op mijn buik lig ik voor het grote raam en zie de lucht oranje kleuren. Ik kijk ernaar en overdenk de dag.

Vandaag heb ik aan de deuren gewerkt. Hele dikke deuren zijn het, want er komt een dikke laag wol in. De wol houdt de kou en de hitte tegen. Acht centimeter voor een huisje van dertien kubieke meter. Ik hoef maar een scheet te laten en het is al warm.
Of Nederland nou in een nieuwe ijstijd terecht komt of in een subtropisch klimaat met heftige stormen en slagregens, met mijn kleine wooncocon kan ik er vast tegen. De woonwagen wordt warm, sterk en veerkrachtig, net als ik. Mijn wagen groeit met mij mee, met wie ik ben en wat ik wens.
Waar gaan we heen? Ik hoop dat ik nog veel lieve, dappere en talentvolle mensen ontmoet. Mensen die niet in de eerste plaats aan zichzelf denken, maar die met elkaar werken aan iets moois. Gewoon, omdat ze er blij van worden.

Ik denk aan het landschapsboek dat ik zou willen maken. Ik zou graag rondreizen in het Nederland van de vroege middeleeuwen, toen het water nog kon gaan waar het wilde. Dat is al bijna duizend jaar geleden. Al zolang heeft elke vierkante meter van ons land een geplande bestemming. Wij moeten het water onder controle houden, anders wordt het ons de baas. Dat is een machtig mooi gegeven. Water fascineert me. Misschien ga ik daar iets mee doen, wordt dat mijn rode draad. Verhalen over het water, wat het neemt en wat het geeft, aan mensen en dieren, aan bomen en planten. Mijn tekeningen zullen weerspiegelingen laten zien en patronen die ze achter laat in het zand. Ik kan de wortels van de bomen tekenen, die als lange vingers de bodem in dringen om het kostbare vocht te bemachtigen en veel meer nog. Verder en verder vloeit het. Je weet nooit waar het uit komt. Vloeibare inspiratie blijft eeuwig verrassen. Zoals kinderen tijdloos bezig kunnen zijn met een schepje en een emmertje en tot hun verwondering iets kunnen maken waar ze versteld van staan…. Ik laat het verder stromen, ik zie het komen en weer gaan. Water komt overal. Water kan bergen verzetten, op lange duur.

De zon is nu bijna onder. Het wordt kouder. Ik trek een fleece deken over mijn schouders. Het wordt een koude nacht. Mijn nieuwe wagen wordt veel warmer dan deze, knusser ook. Wat zal ik daar fijn kunnen werken, diep in mijn wollen hol en praten met vrienden en kijken naar nog veel meer zonsondergangen. Nog even en het is er. Als de deuren erin zitten, dan ben ik al een heel eind.

.

.

bouwen-woonwagen-voordeur-kl-frm

.

bouwen-voordeuren-kl-frmbouwen-werkplaats-2-kl-frm

.

bouwen-woonwagen-voordeuren-dubbel-kl-frm

.

.

.

.VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Nyncke Lingsma, zo noem ik het gewoonlijk, maar dit keer is het het laatste boek uit de doos.

In de boekenkast van mijn moeder, kwam ik een lievelingsboek tegen, wat ik haar zelf heb gegeven in 1991, ik geloof dat ze het zelf nooit heeft gelezen, het zag er zo nieuw uit.
Nu ligt het ergens in de doos met spullen van haar. Ik kan het nog niet opbrengen om de doos te openen en het boek te pakken. Ik heb dus geen passage voor in de voetnoot. Het verlies is te vers. Maar Winnie de Poeh staat hoog op mijn lijstje.
Winnie met zijn filosofische eenvoud heart-emoticon
.
.

nyncker-voetnoot

.

.

.

.

Op weg naar een lichtere wereld.

zonsondergang-met-nieuwe-wagen.

.

Duikelend de vrijheid in

.

.

-kunstzwemmen-duikelend-de-vrijheid-in-kl-frm

.

.

Ik haal diep adem voor ik onder water duik. Ik tel tot acht terwijl ik met stevige slagen vooruit zwem. Ik weet dat de anderen hetzelfde doen. Dan duikel ik naar voren, tot ik met mijn buik omhoog lig en luister naar de muziek. Die is goed te horen onder water, door de speciale luidspreker, die eruit ziet als een kunststof plaatje. Ik blijf tellen. Als ik weer bij èèn ben gil ik hard. In het water draagt het geluid ver. Mijn medezwemsters kunnen me goed horen. Nu komt het balletbeen. Allemaal tegelijk steken we ons rechterbeen omhoog, de tenen komen net boven water uit, strak gestrekt. We spannen al onze spieren zodat we langzaam omhoog komen. Boven water belichten de theaterlampen acht meisjesbenen, die ver boven het water uit steken.

Als kind deed ik jarenlang aan kunstzwemmen. Dat is eigenlijk dansen in het water. Ik genoot ervan, om vrij als een dolfijn te zijn, en het gevoel te hebben dat ik kon vliegen. Als we even niks hoefden ging ik in mijn eentje en leefde me uit met allerlei capriolen die we helemaal niet hadden geleerd en die ook geen naam hadden. Maar ook synchroonzwemmen was heerlijk. De tijd bestond uit niks anders dan water, ritme, de muziek en wij.

Vandaag op deze stille herfstdag moet ik daar aan denken. Ik heb een dagje vrij genomen om eens rustig mijn gedachten te laten gaan, zonder iets te moeten en zonder te weten waar het toe zal leiden. En nu komt er dit in me op.

Soms denk ik, misschien ben ik wel niet alleen aan het werk. Misschien deel ik deze stille, o zo productieve tijd wel met anderen. Wellicht is dat wat ik doe onderdeel van iets groters, wat ik niet kan overzien. Dan zwemmen we met onze ogen dicht door het water, allemaal tegelijk als een groep dolfijnen. We hebben sterke getrainde lichamen, zodat we direct kunnen reageren op het signaal. Er zijn jongeren en ouderen, maar iedereen is er klaar voor en weet wat hij of zij moet doen. Vrije mensen, verbonden door het Onnoembare.

Van de week schoot dit lied me te binnen. Zomaar. Ik zong het voor het eerst toen ik achttien was, bij een protestmars, tussen duizenden anderen. Het lied voor de vrije geest.

.

Op een wagen van het slachthuis
stond een kalf met gebogen kop,
In de blauwe lucht daarboven
zocht een zwaluw de vrijheid op

refr.
En de aarde draait maar
met al haar ach en wee
En het windje waait maar
en voert de zwaluw mee
Donna donna donna, donna,
donna donna donna, don
donna donna donna donna,
donna donna donna don

Klaag niet zei de wagenvoerder
niemand dwingt jou een kalf te zijn
had je vleugels als een zwaluw
was je even vrij als hij

refr.

Kalf’ren worden vastgebonden
en in ’t abattoir geslacht
Leer dus als je vrij wilt blijven
zelf vliegen op eigen kracht

Refr.

..

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank, van Judith Bark

voetnoot-judith-bark

.

Dit boek is tegelijk beklemmend doordat de vrouw letterlijk in een soort vissenkom zit, en tegelijkertijd lijkt het me ook een uitdaging. Ik vind het mooi hoe ze zich aanpast en bezig is met èèn ding.. elke dag overleven..maar daardoor heeft ook alles wat ze doet zin…

” Op zesentwintig april bleef mijn wekker stilstaan. Ik zat een overhemd te zomen toen het tikken ophield. eerst merkte ik het niet eens, dat wil zeggen, ik merkte alleen dat er iets was veranderd. Pas toen de kat haar oren spitste en haar kop naar het bed draaide, hoorde ik ook bewust de nieuwe stilte. De wekker was gestorven. Het was de wekker die ik in de hooggelegen jachthut op mijn tocht naar het aangrenzende dal had gevonden. Ik nam hem in mijn handen, schudde hem, hij zei nog een keer tik-tak en toen was het definitief met hem gedaan. Ik schroefde hem met de schaar open.Voor mij zag hij er heel gezond uit. Ik kon geen enkel mankement in zijn raderwerk ontdekken, er was niets kapot en toch wilde hij niet meer tikken. Ik wist meteen dat het me nooit zou lukken hem weer aan de praat te krijgen.Ik liet hem dus maar met rust en schroefde het deksel weer dicht. Het was drie uur s middags , kraaientijd, en dat wees hij vanaf dat moment aan. Ik weet niet waarom ik hem heb gehouden. Hij staat nog steeds naast m’n bed op drie uur.”

Ik vind dit een mooi stukje want hoewel er niet veel gebeurt, is het toch een moment van loslaten. Loslaten van tijd en van de manieren van vroeger toen de klok nog de regels maakte en de dag bepaalde..

.

.

.

OVER HET LIED

Donna donna, of Dana dana werd gecomponeerd door Sholom Secunda en Aaron Zeitlin ter gelegenheid van de theaterproduktie ‘Esterke’ in 1940-1941. Het is gezongen door vele artiesten en is in vele talen vertaald. Joan Baez is één van de bekendste vertolkers. Ook Donovan heeft het gezongen.

.

.

.

.

-kunstzwemmen-duikelend-de-vrijheid-in-kl-frm

 

Meisje van diamant

.

-violiste-en-het-kind-kl-frm

Tijdens mijn verblijf op Schiermonnikoog maakte ik iets heel bijzonders mee. Samen met een hele stoet andere muziekliefhebbers ben ik op de veerboot gestapt, voor de “Ode aan de wadden“. Het was de opening van het vijftiende Kamermuziekfestival. Tijdens het concert was ik het meest geraakt bij het zien van dit meisje.
.
.

Meisje van diamant

In de banken zitten mannen, vrouwen
ze kijken allemaal heel ernstig
naar twee mensen op de planken
die met de muziek wilden trouwen

Ze spelen daar met heel hun hart
de tango met al zijn emoties
de viool die zingt en knarst
gitaar verlicht de smart

Tussen de groten, op de grond
zit heel alleen een meisje
ze kijkt naar ’t spel met grote ogen
glimmend met half open mond

Haar gezicht is lief en zacht
een witte jurk hangt rond de knieën
Het haar in lange krullen danst
telkens als ze lacht

Ze straalt verwonderd
naar haar engel,
donkere ogen, als betoverd
staren naar
de jonge
violiste

Dan wordt ze plotseling overdonderd
door een valse noot

Ze knijpt abrupt haar ogen dicht
en lippen op elkaar
alsof
ze een tik krijgt
op haar wangen

De muziek is als het licht
en zij weet het te vangen

Het kind is als een diamant
en alle kleuren van ’t heelal
weerkaatsen keer op keer
terug van haar gezicht

.

Na het concert ben ik naar haar toegelopen. Ze zat bij haar ouders, allebei mensen met donker krullend haar. “Ik vond het zó leuk om naar je te kijken!” zei ik, “Je ging helemaal op in de muziek!” En ze antwoordde stralend: “Ja, ik speel zelf ook viool en mijn vader ook en onze hele familie is muzikaal!” Ik werd helemaal blij van haar. Toen ik allang in bed lag zag ik haar gezicht nog steeds voor me.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Corrie van Rijthoven

voetnoot-corrie-kleine-prins-kl-frm

.

.

.

.

.

.

.

.

Dit is op dit moment mijn lievelingsboekje:
“De kleine prins”, van Antoine de Saint-Exupéry. Ik vind het mooi vanwege de puurheid waarmee het geschreven is en om het geheim, dat in de volgende passage te lezen is.

Vaarwel, zei de vos. Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.

.

.

DE BOUW

Ik ben nu lekker uitgerust en ga zo meteen kijken hoe de wagen erbij staat.

 

De enige illegaal van het eiland

.

.

klein-onder-de-hemelkoepel-kl-frm

.

.

Zwart en wijd is de hemel. De zee heeft zich in de verte teruggetrokken. Een menigte aan sterren bevolkt de donkere koepel boven mijn hoofd. Er onder branden diverse vuren op het strand. Aan één ervan zit ik. Nergens voel ik me zo klein als onder de sterrenhemel op het gigantische strand van dit eiland, Schiermonnikoog. Naast me zit Luit Balk. Luit is de enige illegaal van Schiermonnikoog aller tijden en eigenaar van Paviljoen Paal 3. Een man met echte zwerverstatus, ondertekend door de koningin.

„Hoe is het met je schuurhuisje? Woon je er nog? Ik zag dat het helemaal begroeid was met springbalsemienen. Je kon er niet meer door.“ Ik kijk naar zijn smalle gezicht, oranje in het licht van het vuur.
„Nee, ik woon daar niet meer. Ik ben er uit gezet. Ik mocht er niet wonen. Maar ik heb het toch zes jaar gedaan!” Zijn bruine ogen fonkelen vrolijk. Hij vertelt dat hij een brief kreeg van de gemeente.
„We hebben nu ook een loket in het gemeentehuis. Met een raampje ervoor.“ zegt hij. Ik lach „O? En daarachter zit een eilander?“ Luit knikt. „Ja, je komt hem overal tegen, maar in het gemeentehuis zit er ineens glas tussen.“
Luit komt van het eiland en iedereen kent hem. Hij runde Paal 3 al vele jaren tot het geworden is wat het nu is. Hij woonde een tijd in een woonwagen bij een boerderij, en de laatste jaren in het huisje, een oude schuur die hij ontdekte tussen de bosjes. Hij heeft het opnieuw opgemetseld en maakte het gezellig.
De gemeente was er nu achter gekomen dat hij al lange tijd illegaal op het eiland leeft. „Knap hoor,” grinnikt Luit „dat ze daar eindelijk zijn achter gekomen na dertig jaar.”
„Heb je je spullen mee kunnen nemen of moest je meteen weg,“ vraag ik.
„Ik heb alles laten staan.“
„O ja, je bent natuurlijk een zwerver, dan maakt dat niet uit.“
“Kijk!” zegt hij. “Nou zakt de stoel bovenop in elkaar!” Net te laat draai ik mijn hoofd om naar de vlammen die een grote stapel balken verteren en de stoel. Iemand gooit een tafeltje op het vuur, gevlochten rotan. “Zonde..” mompelt Luit. Dan vertelt hij verder over de gemeente. Ze willen dat hij een huis koopt, want anders kunnen ze hem niet registreren. „Anders zullen we u moeten verwijderen, mijnheer Balk!” dreigde de ambtenaar.
„Verwijder mij dan maar,“ had hij laconiek gezegd.
„O, eh…. Nee mijnheer Balk, dat kan niet, want u bent economisch gebonden aan dit eiland.“ had de ambtenaar radeloos geantwoord.
„Ik ga geen huis kopen alleen omdat jullie registratie dan klopt.“ zei Luit eigenwijs “Dat zou ik graag even rustig laten betijen. Kan dat?”

En zo liep Luit weer rustig de deur uit. Nu woont hij in een woonwagen onder de duinen. Het seizoen is bijna afgelopen. Deze week wordt het paviljoen afgebroken, eerst de gele houten panelen, dan de palen die eronder staan, diep in het bewegende zand verankerd. De winter komt er aan, de toeristen zullen weer verdwijnen. In de lente komen ze weer, net als de zee zich in golven op het strand werpt en zich daarna weer terug trekt.
Luit, een eigenwijze man met humor, de enige illegaal die Schiermonnikoog ooit kende, hij blijft op het eiland. Ondanks dat hij een zwerver is en zich een zwerver voelt, het eiland houdt hem vast, het paviljoen houdt hem vast.

Ach, de hemel boven ons hoofd is overal dezelfde, of je een zwerver bent of niet. Zo is het toch.

(Aardig om te weten: Officiële zwervers hòeven geen belasting te betalen.)

..

VOETNOOT
Het laatste boek van de plank, van Luit Balk

steppenwolf-voetnoot-luit

Het boek dat ik het meest gelezen heb, is “Steppenwolf“, van Herman Hesse, wel zeker dertig keer. Elk jaar heb ik het weer in handen en is het weer nieuw voor mij. Dat komt doordat ik zelf steeds verander, daardoor zie ik elke keer nieuwe dingen.

.

.

 

Spelen met ruimte

.

.

Hoe ouder je wordt
hoe meer het leven is bepaald
als een gedicht
waarvan het einde al vast ligt
zeggen ze

Ik geloof er niks van

De enige paal die ik zag
was paal 6 vandaag
en dan ook nog
in de verte

Er was een oude man die
op zijn knieën geultjes groef
net zo naakt als ik was hij
en ik werd vrolijk
En danste in mijn blootje

Schuivend zand onder mijn voeten
de lucht is boven me
en rondom de horizon
alles zo vertrouwd

Hoe ouder ik word
hoe meer palen er verdwijnen
tot er alleen maar ruimte is
en dan
laat ik me vallen

 

De karavaan

.

.karavaan

.

Ooit had ik een droom.
Ik zag een karavaan
van woonwagens,  ze reden
door het ganse land
een kleurrijke stoet zag ik gaan
en waar de groep ook kwam
daar boden ze helpende hand

Ze reisden door van plek naar plek
bouwden, sjouwden, gaven raad.
Er waren tuinders en techneuten
ze deelden zonnestroom en zaad
en allen
speelden muziek in de avond
en dansten

Het begint bij jezelf.

blogtek Hoera Vakantie!

.

.

.

.

.

.

.

.

.

.

Ik ben de bouwer en de tuinvrouw
de muzikant, de danseres,
de kokkin en de verteller

Met grond tussen mijn tenen
en verf aan mijn vingers
deel ik de karavaan
met tal van lieve vreemden
ergens, waar dan ook

De karavaan is nooit verdwenen
hij rolt op rare wielen
wandelt voort op wonderbenen
de droom gaat almaar verder rond
van luisterend oor tot open mond

Vanuit het afscheid van wat was
groeit wat nu al wordt gedacht
Alles is in wording
en groen is ook het gras
aan deze kant van de gracht

 

Ja

.

.

DE BOUW VAN DE WAGEN

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Dick Verheul

voetnoot-dick-momo

.

Momo en de Tijdspaarders van Michael Ende vind ik een prachtig verhaal, omdat het enerzijds sprookjesachtig en wonderlijk is, en tegelijk heel herkenbaar. Sprookjes spelen zich elke dag af, als je er op let. Het gaat over geheimzinnige grijze heren, een soort bankiers, die de mensen aanmoedigen tijd te sparen. Ze zullen het later met rente terugkrijgen, is de belofte.  “Verspilt u voor alles uw kostbare tijd niet meer zo vaak aan zingen, lezen, of aan uw zogenaamde vrienden,” zegt een grijze man tegen kapper Fusi.

“Goed”, zei meneer Fusi, dat kan ik allemaal doen, maar de tijd die ik
op  deze manier overhoud – wat moet ik daarmee doen? Moet je die
inleveren? En waar? Of moet ik die bewaren? Hoe gaat dat allemaal
in zijn werk?”
“Daarover”, zei de grijze heer en glimlachte voor de tweede keer
flauwtjes, “moet u zich maar geen zorgen maken. Dat kunt u rustig
aan ons overlaten. U kunt er zeker van zijn, dat van uw bespaarde
tijd niet het kleinste beetje voor ons verloren gaat. U zult het wel
merken, dat er niets voor u overschiet.”



Het loopt trouwens goed af.

.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

.

.

.

.

karavaan

.

 

Engelenvleugels

.

engelenvleugels-woonwagen-luifel

 

.Het is gegaan zoals het hoort. Op een stralende zondagmiddag heb ik, met hulp van Dick, twee engelenvleugels aan de wagen vastgemaakt. Stralend wit in de zon heten ze je welkom, aan weerszijden van de deuropening. De vleugels hebben een open vorm, in het midden is een gat uitgezaagd en gladgebeiteld. Het gat heeft de vorm van een blad of een veer. De vorm kwam vanzelf uit mijn handen, toen ik er deze winter aan werkte.
De engelenvleugel is een bijzondere variant op een traditie. Eigenlijk horen er èngelen aan een woonwagen te hangen, gekrulde koppen met nog meer krullen eromheen. Ze houden niet alleen de dakrand omhoog, ze beschermen je ook tegen ongeluk onderweg.

De warme middagzon straalt nu warm op mijn bruine schouders. Ik sta op een afstandje van mijn wagen, warmgroen en lichtblauw geschilderd, als bossen met een zachte avondhemel erboven. De vleugels zijn nog wit van grondverf. En nu, terwijl ik dit alles gedachtenloos gadesla, zie ik iets merkwaardigs. Mijn engelenvleugels lijken iets heel anders te doen dan beschermen. Ze stralen openheid uit, en vertrouwen. Ze lijken je stralend te omarmen. Ik ben er stil van. Dit is de pure eenvoud die ik bedoel, de kern van wat leven voor mij is. Volledig vertrouwen. Zo hard als een diamant, zo zacht als zijde.

De vleugel zit stevig vast. Dat moet ook. Mensen zullen zonder twijfel de onderkant van de vleugel pakken om zich omhoog te hijsen. Dus het moet ook sterk zijn. Ik vond de oplossing. Ik heb hem vastgelijmd met Superdesuperlijm. Ongelooflijk, ik wist niet dat het bestond, lijm met een kracht van 110 kg per cm2! Meestal gebruik ik de onschadelijke houtlijm, maar in dit geval wil ik geen risico nemen en kies ik de allersterkste lijm die ik kan vinden.

Het werk aan de wagen is nu erg afwisselend. Constructieve klussen wissel ik af met schilderwerk. Met de kwast streel ik de schoonheid van de wagen, en maak hem nog mooier dan hij al is. Heerlijk, om te zien hoe hij uit de verf komt, hoe de vorm eindelijk volledig tot zijn recht komt.

Terwijl ik kijk naar wat gedaan heb, besef ik nog iets. De openheid, de lichtheid, de vloeiende vorm, dit is een wagen om Bach in te spelen, op mijn dwarsfluit! Vroeger speelde ik veel Bach en vond ik dat heerlijk, maar dit zilveren instrument ligt al vele jaren stil opgeborgen in zijn zwarte doos. Hij begint de laatste tijd zachtjes naar me te roepen. Ik moet nog veel weg doen, om op zes vierkante meter te kunnen wonen. Maar mijn fluit gaat mee. Dan zijn het niet alleen engelenvleugels die omarmen. Dan is er ook muziek, die harten kan verwarmen. Ik hoop het.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank van Afina Kuiper

voetnoot-alina.

Op de afbeelding zie je een favoriet van mij; autobiografisch verhaal van M. Wylie Blanchet die op jonge leeftijd weduwe werd. Ze woonde begin 1920 zeer afgelegen in fairy tale blokhut in British Columbia en besloot daar samen met haar 5 kinderen te blijven wonen nadat haar man niet terugkeerde van een zeiltocht en vermoedelijk verdronken is.
Ze besloot elke zomer haar huisje te verhuren en bracht dan juni t/m september door op hun zeer kleine zeilboot. Ze verkende tijdens hun tochten de kreken en baaien van de toen nog ongerepte kusten van Vancouver Island en doet in dit boek verslag van hun belevenissen.

” our world then was both wilde and narrow – wide in the immensity of sea and mount; narrow in that the boat was very small, and we lived and camped, explored and swam in a little realm of our own making”.

Prachtige verhalen over natuur, verlaten Indiaanse dorpen en over hoe weinig een mens eigenlijk nodig heeft ; elk lid van het gezin kreeg 1 stel kleding mee en de hond mocht mee maar verbleef in het kleine roeibootje omdat er geen plaats meer aan boord was…..

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank. Leg het tussen je blote voeten.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

Leve de eenvoud

.

.

.

Engelenvleugel voor de luifel

.

Eenvoud is voor mij
het steeds compacter maken
van wat er werkelijk toe doet
tot het zichtbaar is voor iedereen
Hard als een diamant

Eenvoud komt niet zomaar
je moet er flink voor werken
het is als hakken in een stam
hout tjokvol met noesten

Er zit een beeld in de stam
en alleen jij
hebt een vermoeden hoe het
er uit gaat zien

Misschien zijn het twee vleugels
om te vliegen als het nodig is
de ganzen achterna.

Vleugels om te trekken,
zoals vlinders en vogels op zoek gaan
naar de plek
waar ze willen zijn.

.

.

.

.

VOETNOOT

Het laatste boek van de plank, deze week van Frank de Greef

Franks voetnoot

.

.

Een van mijn favoriete passages staat op p. 535:

“Ik wil haar ogen
zo graag zien, papa.”Haar ogen! Verwilderd
kwam Onno overeind. Ook hij had sinds acht jaar haar ogen niet meer gezien!
Moest hij een zuster halen of kon hij zelf een ooglid optrekken? Met een gevoel
dat het niet deugde wat hij deed, boog hij zich over het bed, legde de top van
zijn middelvinger op een ooglid en schoof het voorzichtig omhoog. Samen keken
zij naar het diepbruine, bijkans zwarte oog dat niets zag – zo min als het oog,
dat zich aan de hemel lijkt te vormen bij een totale zonsverduistering.

.

De bedoeling van de “Voetnoot”:

1 Fotografeer bij zonsondergang of zonsopgang het boek, dat al jouw opruimacties zal doorstaan, dus het laatste  boek van de plank.
2 Vertel waarom je het boek zo mooi vindt.
3 Zoek een favoriete passage uit.

Stuur het op naar tt.alowieke@gmail.com

 

Het laatste boek van de plank

.

.

Paul Biegel, De tuinen van Dorr

Als je moest kiezen
welk boek blijft als laatste
is het enige
dat niet mag verdwijnen
van je boekenplank?

Ik dacht er over na,
om het straks
echt te doen!

.

.

We zitten samen te eten, Dick en ik. Terwijl ik mijn laatste hap havermout in de mond steek, kijk ik omhoog naar de boekenplank. Het is maar een klein plankje, maar er staan toch nog vier-en-twintig boeken op. En dan is er nog een grote stapel planten- en bomenboeken, die in de kast ligt. „Ik zal nog heel wat weg moeten doen, als ik in de kleine wagen ga wonen,“ zeg ik terwijl mijn blik over de titels glijdt. „Kerewin, van Keri Hulme kan wel weg. Kan je die meenemen voor op jullie “weggeefkast“? Bij Dick staat een vitrinekastje bij de deur. Mensen mogen er dingen in stoppen of er uithalen. „Ja, kan wel, maar boeken blijven meestal erg lang liggen. We kunnen het proberen.“ Ik knik en kijk hoe hij de laatste hap brood in zijn mond steekt om dan rustig te gaan verteren met zijn rug tegen de wand van de wagen. Ik kijk weer naar de boekenplank.
„Alleen op de wereld, van Hector Malot. Dat vind ik ook moeilijk om weg te doen, net als de Geheime Tuin van Burnett. Maar dat is niet het moeilijkste. . .“ Ik kijk peinzend naar de twee laatste boeken van de rij. Daar staat Hasse Simonsdochter van Thea Beckman, het elfenkind uit Kampen.. Thea Beckman begon pas met publiceren toen ze 47 was, maar wat kon ze schrijven! Al haar boeken heb ik in één ruk uitgelezen. Ik genoot van de avontuurlijke ondernemende karakters, vaak sterke vrouwen uit vorige eeuwen. Ook de trilogie van “Kinderen van Moeder Aarde” vind ik nog steeds prachtig, over de toekomst. Het speelt in het land Thule, het oude Groenland, dat na de opwarming van de aarde een prachtig groen continent is geworden en waar vrouwen regeren.
Toch, het boek van Hasse Simonsdochter is het enige boek dat ik nog van haar heb. Het lastige van de boeken van Thea Beckman is, dat ze allemáál zo mooi zijn en dik ook nog. Geweldig om op een regenachtige dag in weg te duiken, maar niet handig, zo’n rij zware boeken op een plankje in een woonwagentje van zes vierkante meter. Dus ik heb ze weggedaan. Ook Hasse zal verdwijnen, weet ik nu. Ten slotte heb ik mijn e-reader.

„Ik weet welk boek mij het liefste is,” zeg ik plotseling tegen Dick en ik kijk naar dat ene boek. Het is een geelwitte rug met een groenbruine tekening, waarvan ik nu maar een klein stukje zie. De tekening loopt verder op de voorkant van de kaft. Aan één kant is de rug gebobbeld. Dat komt van water. Hij is nat geworden, toen hij in een kelder lag opgeslagen. “De tuinen van Dorr“, van Paul Biegel.

Ik pak het boek van de plank en sla het open. Dieprood papier, zo rood als bloed, is aan de binnenkant tegen de harde kaft geplakt. Het straalt mij warm tegemoet. Het is ook een warm boek, warm, lief en wanhopig. Het begint met een verboden liefde tussen twee kinderen, een prinses en een tuinmansjongen. “Mijnewel en Jouweniet,” noemen ze elkaar. Een heks verandert de jongen in een bloem om van hem af te zijn. Als de bloem verwelkt, plukt Mijnewel het zaad, om een plek te zoeken waar ze het in de grond kan stoppen, een plek waar ze hem weer terug zal zien, haar liefste, als hij weer ontluikt. Ze verlangt er zo naar hem weer te zien! Het kàn, hij kan weer veranderen in Jouweniet, maar dat weet ze op dat moment nog niet…
Ik houd van de taal van Biegel, zo direct en speels. De grote verbeelding die door alles heen loopt. Zijn boeken leven!

Ja, dit boek is het laatste boek van mijn plank. Dit is het boek dat blijft, straks als ik mijn nieuwe huisje intrek, een woonwagen met een vloer van zes vierkante meter.

.

.

Ik begin te lezen…

.

De verloren stad

Er was maar één manier om het pikzwarte water over te komen: in het rieten bootje van de dwerg.
„Dat kost een zoen op je linkerwang,“ zei de dwerg grinnikend.
Hij had een bochel die hem voorover drukte, alsof hij voortdurend een zware zak op de rug droeg.
„ Goed,“ zei het meisje zacht.
De dwerg draaide zich om en liep hobbelend naar de oever.
„Stap maar in,“ zei hij. . .

 

OPROEP

Kies je lievelingsboek, maak er een foto van, het boek op de grond tussen je blote voeten, net zoals de foto hierboven. De vroege ochtendzon of in de avond, het zijn mooiste tijdstippen voor een foto.

Schrijf heel kort waarom je dit gekozen hebt.

Zoek een alinea die je mooi vindt en zet die erbij.

Stuur het naar tt.alowieke@gmail.com. Dan zet ik ze bij elkaar in een volgende blog. Je kan kiezen of je je echte  naam erbij wilt hebben of een nepnaam.

Leuk, Ik ben benieuwd!