Een schimmige schaduw

.

.

We gaan op tijd naar bed. Dick heeft mij verrast met een bezoekje, maar hij moet morgen vroeg weer op. Tevreden stap ik in het brede, net opgemaakte bed. Ik geniet nog steeds van het fijne hol, en de kleine raampjes waardoor ik naar buiten kan kijken, met mijn hoofd op het kussen. Ik wil net lekker gaan liggen, als ik vanuit een ooghoek een donkere schaduw zie.
Buiten tekent de bovenkant van het ijzeren hek zich af als een oplichtende streep en daar, op het hek, zie ik wat zitten. Het lijkt op een vogel. Zou het diezelfde zijn die ik net ook al zag? Ik liep net nog over het veld toen er iets groots over me heen scheerde. Ik kon het niet goed zien, hij vloog snel het kleine bos in, dat bij de vijver ligt. Hoge populieren torenen als donkere wachters boven de plas uit. Daar vloog hij heen. Zou hij toch weer terug gevlogen zijn?
Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en blijf turen. „Volgens mij zit er een roofvogel op het hek,“ fluister ik tegen Dick en ben even stil. Dan praat ik verder. „Ik zag hem al eerder. Hij is nu op muizenjacht. In de buitenkeuken vallen wel eens kruimels op de grond en ik heb al een paar holletjes gezien daar. Misschien heeft hij dat ontdekt.“
„Zo dichtbij de wagen,“ mompelt Dick „dat is wel bijzonder.“ Hij vertrouwt mijn verhaal op mijn woord. Zijn zicht is zeer beperkt en in de schemering wordt alles voor hem één donkergrijze massa.
Ik knijp mijn ogen tot spleetjes en blijf turen. „Ik denk dat hij het is Dick…  Hij zit heel stil. Maar dat moet natuurlijk ook, anders zien de muizen hem bewegen,“ denk ik hardop. Ik zet mijn ogen op scherp. Zie ik nu zijn kop of is dat een vlek in de bosjes? Ik beweeg mijn hoofd heen en weer om beter diepte te kunnen onderscheiden. In het donker lijkt alles een tweedimensionaal vlak te worden. Hij zit inderdaad vlak bij de wagen en ik zie toch iets wat zijn kop zou kunnen zijn. Maar waar is zijn snavel dan? Ik begin nu toch te twijfelen. Ik ben stil en wacht.
„Hij blijft wel heel lang stil zitten,“ zeg ik tegen Dick „Is het wel een vogel?“
„Ja, dat weet ik ook niet,“ zegt Dick loom, hij slaapt al bijna.
Ik kan de deurtjes van ons bed open doen om te kijken of hij dan weg vliegt. Maar ik vind het ook jammer als hij er dan niet meer is, als hij het wèl is. Aarzelend blijf ik kijken, tot ik toch, heel voorzichtig de deurtjes open doe. De vogel roert zich niet. Ik houd het niet langer uit. Nou moet ik het weten ook.
„Ik ga even buiten kijken hoor,“ zeg ik tegen mijn vriend. Ik krijg geen antwoord meer. Ik spring uit bed en schiet de deur uit..

Ik stap van het bordes en loop met mijn blote voeten in het vochtige gras. Ik loop rond de wagen naar de achterkant, waar de keuken is. Zachtjes kom ik dichter en dichterbij de donkere schim op het hek. Ik sluip erheen tot ik er vlak naast sta.

Dan moet ik lachen. Het is mijn klomp! De klomp waar een gat in zat en die ik toen maar aan het hek hing, om mijn bestek in te bewaren! En wat ik aanzag voor zijn kop, dat was de pollepel. Wat een mop. In het donker ontstaan de sterkste verhalen, dat is een ding dat zeker is.

 

Advertenties